Zoeken

Open your mind

Bevrijd jezelf uit het doorgeslagen maatschappelijke gedachtegoed waarin (te veel) vrijheid voor het individu, persoonlijk gewin en perfectie centraal staan

Het gedachtegoed van de hedendaagse maatschappij

De valkuil van ons eigen leven

De afgelopen decennia heeft er een aardige omwenteling plaatsgevonden in de maatschappij. Demonstreerden de hippies ruim veertig jaar geleden nog tegen de (publieke) autoriteiten en voor meer vrijheid; bezwijken we tegenwoordig onder (het heerschappij van) de social media,grof geld, de oneindige mogelijkheden die ons geboden worden en, niet te vergeten, onszelf. Die laatste categorie lijken we kwijt te raken in deze, aan als-maar verandering onderhevige, samenleving en steeds meer mensen zijn hun “levensspoor” bijster. Een gro-
ot deel van hen probeert mee te deinen op, of eerder ‘uit te stijgen boven’, de golven van de gehaaste, kapita-listische samenleving, terwijl een ander deel op zoek is naar een alternatieve levenswijze waarin balans tussen lichaam en geest, bewustzijn, de natuur en het hart centraal staan. Twee groepen die moeilijk samengaan.
De vraag lijkt: wie wint? Maar misschien nog wel belangrijker: waar komt deze wrijving vandaan? En, hoe
kunnen we deze 
verhelpen? Terug naar twee eeuwenoude termen: de schuldcultuur en de schaamtecultuur.

Schuldcultuur

Ontwikkelingen in de maatschappij Wie de kranten en tijdschriften erop naleest, komt een arsenaal aan schrikbarende cijfers en feiten te weet:
25% van de jongeren verlaat in het eerste jaar de studie, het percentage jongeren met een burn-out,
blijft alsmaar groeien, gemiddeld 50% van de volwassenen heeft overgewicht (waarvan
ruim 10% obesitas) en er is een forse toename van het aantal jongeren dat een Wajong-
uitkering behoeft. Zie hier: de schuldcultuur. Hoezo ‘schuldcultuur’? Dat zal ik uitleggen. En daarvoor gaan we eerst even terug in de tijd.
Vanaf de jaren 60 ontstaat er onrust onder de jongeren. Ze willen af van het gezag en
kapitalisme en op naar vrijheidgelijkheid en broederschap’. Vrede, liefde en in harmonie
leven met de natuur staan centraal. Door middel van de vele protesten en demonstraties
ontstaat er langzaam een maatschappelijke kanteling. Ouders geven hun kinderen meer vrijheid en “gezagsdragers”, als politici en schoolhoofden, voeren verschillende veranderingen door. Vanaf dat moment vormt het liberalisme een belangrijke stroming binnen de politiek en staat vrijheid van het individu centraal.

Definite van schuld
Vervolgens nemen we de definitie van schuld: ‘verplichting’ of ‘verantwoordelijk zijn voor’ komen dan naar voren. We voelen ons schuldig als we iets hebben gedaan of gelaten wat niet overeenstemt met onze eigen normen en waarden (hoe we willen doen of zijn) of algemene normen en waarden (algemeen aanvaarde gedragsregels en idealen). We hebben niet “de verantwoordelijkheid genomen” te handelen naar hoe het “hoort” (“verplichtis) en overschrijden daarmee een grens van moreel juist handelen. Ons gedrag wordt dus afgekeurd, waardoor we een gevoel van schuld ervaren en dit is geen fijn gevoel (dit gevoel kan ook van belang zijn om positieve verandering in gang te zetten, maar daar kom ik later op terug). Met het opkomen van het belang van vrijheid (= blijheid en onafhankelijkheid) ging dus een toenmend gevoel van verantwoordelijkheid gepaard, waardoor de druk om “goed” te handelen groter is geworden en het nare gevoel wat we eraan overhouden idem.

De perfecte keuze in een zee van mogelijkheden
Vanaf eind vorige eeuw volgen technologische ontwikkelingen elkaar in een rap
tempo op. Onze reeds immense vrijheid* wordt door dit proces, stijgende welvaart en ontkerkelijking alleen maar groter. We mogen meer en kúnnen meer dan ooit: de
mogelijkheden zijn enormTaak is om keuze te maken uit die zee van mogelijkheden. Omdat er zoveel te kiezen valt, gaat men ervan uit dat er een perfecte keuze is. Kijk bijvoorbeeld naar het aantal opleidingen dat in tien jaar met ongeveer 30 procent is gestegen: overal een variant op, dus daar moet wel iets tussenzitten dat precies bij jou past. Hetzelfde geldt voor het assortiment boters en spijkerbroeken: voor ieder wat wils = vrijheid = blijheid, zo wordt geredeneerd. Keuze kán ook een goed gevoel geven: denk maar aan avonden alleen op de bank, wanneer je lekker niets hoeft en nergens om hoeft te denken: heerlijk! Maar zit je alleen, terwijl je dat niet wílt zijn, dan zul je je waarschijnlijk eenzaam voelen: door een gebrek aan keuze.

Verantwoordelijk voor je eigen succes
Tegelijkertijd heerst de gedachte dat men verantwoordelijk (schuldgevoel) is voor zijn eigen succesNiet “halen”, is falen. En voor dit falen is geen excuus, behalve jijzelf, want: ‘Je bent vrij in het maken van keuzes en deze zijn ontelbaar, dus zul je wel goede keuzes maken. Is dat niet het geval? Dan is dat je eigen schuld.’ Je bent dus volledig op jezelf aangewezen. Wat je ziet, is dat kiezen bij veel mensen voor druk zorgt en verlammend werkt in plaats van bevredigend en bevrijdend. Doordat de uitkomst jouw eigen geluk bepaalt, denk je overal wel even (meer dan) twee keer over na. Mensen voelen zich schuldig als ze niet presteren, in onder andere de juiste keuze maken, omdat ze het beter hadden kunnen doen (er is een perfecte keuze in die zee van mogelijkheden). Vrouwen ervaren een gevoel van schuld als ze geen kinderen kunnen krijgen, want dat is de ultieme vervullling van vrouwelijkheid (Ariel Levy). Mannen voelen zich schuldig als ze hun pik niet omhoog krijgen of niet kunnen opboksen tegen een vrouw, omdat ze daarmee hun mannelijkheid tonen. Die gemaakte “fouten” of “verkeerde ervaringen” kunnen ze alleen zichzelf aanrekenen en niet aan bijvoorbeeld de klasse of religie waartoe ze behoren of een maatschappij die hen geen vrijheid geeft. Velen blijven daarom eeuwig twijfelen (over de keus of zichzelf). Ook als er “fysiek” een keuze is gemaakt: mentaal is dat eigenlijk nog niet. Ze blijven denken: ‘Is het ergens anders beter?’ ‘Weet ik dit wel zeker?’ ‘Had ik toch niet…?’ Dat zie je wel terug in relaties, of eerder: het aantal scheidingen.

Ronddobberen in die onzekerheid of onvrede geeft vaak een ongelukkig, “zinloos” en onrustig gevoel: wanneer we zelf geen richting bepalen, kunnen we ons ook nergens aan hechten en dit kan ons belemmeren in het bereiken van doelen. Een andere mogelijkheid is dat men zo bang is om er niet bij te horen, iets te missen of het gewoon écht niet weet, dat hij “de groep” achterna gaat, niet leert eigen keuzes te maken en daardoor eigenlijk helemaal niet meer weet wie hijzelf is. Dit kan ook leiden tot onzekerheid en een leeg en betekenisloos gevoel. Dit wordt ook steeds vaker versterkt door ingehouden complimenten die kinderen normaliter verkregen naar aanleiding van een goede prestatie of goed gedrag (waar ze hun zelfwaarde aan koppelen). Ze hebben het gevoel dat alles goed doen (en dus: ‘goed zíjn’) de norm is en willen daar niet meer onder zitten, omdat ze dan niet meer recht op het allerbeste hebben of de Übermensch zijn, die ze “gewend” zijn te zijn. (Dit) perfectionisme is dus heel erg gericht op de mening van anderen en door anderen geaccepteerd worden. Hierdoor proberen ze in toenemende mate alles perfect te doen uit angst voor eventuele afkeuring (en een bijkomend schuld-/schaamtegevoel: ‘Ik doe/ben niet goed genoeg’). Met ten slotte als gevolg eerder genoemde verschijnselen als twijfelen, onzekerheid en faalangst, die kunnen uitmonden in burn-outs, onder- of overgewicht, depressie en verslaving. Iets wat op steeds jongere leeftijd voorkomt.

Individuele belangen Niet alleen bij jongeren zie je de negatieve gevolgen terug van waar vrijheid voor is komen te staan. In alle leeftijden en lagen in de bevolking komt dit voor. Een veel gebruikt voorbeeld is in het top-management. Hier leidt de grote (economische) vrijheid tot hebzucht en
eigenbelang. Door de topbestuurders met beloningen (de welbekende ‘bonussen’) te verleiden
naar meer, beter enhoger worden ze hebzuchtig. Ze zetten oogkleppen op en kijken alleen nog maar naar hun persoonlijke doelstellingen: zoveel mogelijk geld in het laatjebrengen en nog meer macht verwerven. Creativiteit en menselijkheid verdwijnen;zakelijkheid en eigenbelang ontspruiten: ‘Na mij de zonvloed’. Door dezeontwikkeling vertrouwen mensen elkaar niet meer, raakt de samenleving steeds meer verdeeld in individuen en raken mensenverwijderd van elkaar. Omdat we los van anderen staan, is de drang om onszelf te bewijzen, en dus naar een
bepaalde macht en status en ‘erbij horen’ (niet alleen zijn), heel erg groot. Zie hier: de
schaamtecultuur. Kortom: met het in gang zetten van meer vrijheid voor het individu, hebben we ons eigen “graf” gegraven. Deze verandering, gepaard gaande met andere ontwikkelingen, heeft op grote schaal een hoop ongeluk en problemen bezorgd. De vrijheid, zoals die nu wordt geïnterpreteerd, spreekt oplossingen voor veel problemen in de maatschappij tegen.

Schaamtecultuur

Eer en status: erbij horen en ertoe doen De schaamtecultuur is een cultuur die we vooral kennen uit de Oosterse wereld. Als iemand een misstap begaat, wordt hij of zij daar niet alleen zelf op aangerekend (schuld), maar de hele familie. De ‘familie-eer’ (schaamte) staat hoog in het vaandel. Als Marokkaans meisje
met een jongen zoenen, terwijl je uitgehuwelijkt wordt, is bijvoorbeeld echt ‘not done’. Aan
deze normen en waarden (veelal aan geloof gerelateerd) wordt zóveel waarde gehecht, dat dit meisje in de meeste gevallen verstoten zou worden uit haar eigen familie, omdat anders de
goede reputatie verloren zou gaan. Vroeger stond zelfs op ditsoort “overtredingen” de doodstraf en meestal ga je als zondebok verder doorhet leven. Maar wie denkt dat deze schaamtecultuur alleen iets van vroeger is of aan niet-westerse culturen toebehoort, heeft het mis. Deze
“cultuur” zie je overal ter wereld terug, in alle lagen en groepen van de bevolking. Ongetwijfeld ook bij jou. Hoewel het in voorgaande alinea’s vooral draaide om gedachten, gevoelens en gedragingen van het individu, is de mens een echt groepsdier en laat zich hier ook erg door leiden. We willen graag bij een groep horen en hechten daarom veel waarde
aan het oordeel van een ander. Omdat iedereen individueel streeft naar succes en geluk,
lijken mensen een soort strijd met elkaar te voeren. Wie beter, slimmer of knapper is, krijgt een bepaald status-symbool, gecreëerd door anderen, waardoor de persoon een gevoel van macht, trots, eer of grote eigenwaarde ervaart en dit voelt goed: we doen ertoe. Iets waar het bij
‘schaamte’ aan ontbreekt. Als jij je schaamt, voel jij je namelijk minder of slecht. Het gaat niet over je handelen, zoals bij schuld, maar over jou als persoon. En dat gaat nog even verder.

Meegaan met en uitsteken boven de massa: aan het ideaal voldoen Dit gebeuren wordt heel erg versterkt door de sociale media waarin alles draait om ‘aandacht’ en ‘in de belangstellingstaan’. Hoe meer ‘likes’ of volgers, hoe ‘cooler’ we zijn. We proberen dit daarom op de meeste gekke manier voor elkaar te krijgen: een perfect en gelukkig leven tonen, dat voldoet aan een, door ons eigen gecreëerd, ideaal, zodat we nietuit de maat vallen in deze massacultuur waaraan we onze identiteit** ontlenen. Iets waar anderen tegenop kijken, waardoor je aanzien binnen een groep verwerft. Je moet bijzonder zijn, uniek. Erbovenuit steken, dan pas val je op. Gemiddeld of normaal zijn, is niet meer oké***We willen niet tekortschieten aan een ander, daarom zorgen we er maar voor dat we overal en bij alles aanwezig zijn. Iets doen wat niet op ons ‘to do-lijstje’ staat of onze status verbetert/behoudt, zien we als tijdsverspilling. Want ‘o, nee, straks heb ik net dat ene leuke feestje gemist, waardoor ik er niet meer bij hoor, omdat mijn leven niet zo leuk en perfect is al dat van anderen…’ – de foto’s verschijnen toch
wel op Facebook en Twitter, dus een schuld- en/of schaamtegevoel is onvermijdelijk. We, of de sociale media, geven onszelf het gevoel geen keuze te hebben. Want zijn er niet vaak genoeg momenten geweest dat je alleen was en dat niet erg vond? Pas als je alleen bent en dat niet wílt zijn, wordt het vervelend en voelen we ons klote. Maar ook het kapitalisme kan een boosdoener zijn. Mensen die een laag zelfbeeld hebben of die grote waarde hechten aan de mening van een groep, zijn makkelijk beïnvloedbaar door bijvoorbeeld reclames die hen dingen laten kopen om erbij te horen.Ze krijgen een minderwaardigheidsgevoel als ze dit niet doen, omdat ze dan niet aan een bepaald ideaal voldoen, watin de reclame wordt geschetst. Met alle gevolgen van dien: grootse uitputting, zowel mentaal als fysiek, en een extreme vorm van consumentisme en materialisme. Vooral het eerste een van de redenen waarom er “ineens” zoveel burn-outs bij jongeren voorkomen.

Een wrede strijd om macht en status
Als je op deze massacultuur inzoomt, zie je dat mensen zich vaak helemaal niet beter voelen binnen (dit soort) groepen, maar dat het bijbehorende gedrag de band juist heel wreed en fragiel maakt. Constant jezelf met een ander vergelijken: het is een strijd geworden het best, mooist of slimst te zijn. Dit is zo belangrijk voor mensen, dat ze over kunnen gaan tot (grof) geweld. Neem als voorbeeld een oorlog. Overgaan tot het voeren van oorlog kan heel veel verschillende redenen hebben. Maar vaak zie je toch dat het draait om machtsvergrotingGezien worden door anderen.
Beter gevonden worden. Beide motieven die we tegenkomen in de schaamtecultuur. Een ander voorbeeld op mondiaal niveau zijn de islamitische
groeperingen. Denk bijvoorbeeld aan Al Qaida, wiens doel het is een islamitisch rijk onder leiding van een kalief (opvolger van profeet Mohammed), ofwel: een kalifaat, te stichten. Machtig zijn, de wereld regeren (Allah dit zou willen) en iedereen bekeren tot hún waarheid en wat zij denken dat het beste is voor íédereen. Daarnaast zijn ‘bij een groep horen’, ‘een gezamenlijk doel hebben’ en ‘duidelijkheid‘ redenen voor strijders om mee te vechten. Mannen met een islamtische achtergrond, maar nog geen duidelijke richting/fundament, die zoekende zijn naar hun identiteit, rol in de samenleving en saamhorigheid voelen zich daarom vaak aangetrokken tot deze (duidelijke) beweging: deel uitmaken van een groter geheel, een plek waar ze zichzelf kunnen zijn en gewaardeerd worden. Zij worden daarom al gauw opgezweept en “gehersenspoeld” door de groep en gaan mee in het brute gevecht, met alle gevolgen van dien…

Jezelf opwerken, aanpassen en vergelijken: verwijderd van onze ware ik Ook op kleine schaal, en wel in onze eigen omgeving, is dit te merken. Denk weer aan die toplaag van de bevolking, waar geld niet meer gebruikt wordt als middel om te consumeren, maar om status en macht te verwerven en showen: ‘Wie is heeft het beste en het meeste?’
Het wordt een competitie waarin niemand wil verliezen. Want verlies je, dan wordt je van de troon “verstoten”: een regelrecht gezichtsverlies. Weg reputatie, weg eer, weg trots en weg
zelfbeeld en identiteit die hieraan ontleend worden. We zijn inmiddels zo ver verwijderd van ons diepste zelf, dat we onszelf vólledig kwijtraken bij een dergelijke nederlaag. ‘Big Brother is watching you’ zijn wijzelf geworden: we houden elkaar in de gaten en daarmee beperken we onze eigen vrijheid. Het begrip ‘vrijheid’, dat eigenlijk staat voor ‘kunnen denken en handelen zonder hierin geleid te worden door angst, gecreëerd door het oordeel van anderen’, is dan ook ver te zoeken in deze culturen.

Angst

Bang om alleen te eindigen Maar waar komen deze gedachten en gevoelens van ‘schuld’ en ‘schaamte’ toch vandaan, als je verder kijkt dan de maatschappelijke gedachten dat je verantwoordelijk bent voor je eigen succes, dat er altijd een perfecte keuze is en dat je aan een bepaald (of beter) ideaal moet voldoen? Als je verder kijkt dan hebzucht, eigenbelang en niet willen falen of terkortschieten. En als je verder kijkt dan sommige geloven en culturen? Zijn we dan niet gewoon allemaal bang? Bang om het niet perfect te doen of niet perfect te zijn? Bang om te falen of niet van waarde te zijn? En wat gebeurt er, denken we, als we het niet goed doen of niet goed genoeg zijn? Dan worden we verworpen. Dan horen we er niet meer bij, want we zijn niet goed genoeg. En dan komen we bij de aard van het beestje: de angst om alleen te eindigen. Alleen te eindigen in dit universum vol vraagstukken. Wat eigenlijk zo gek nog niet is. Want wat weten we nou van deze wereld? Hoe is deze ontstaan? Zijn er nog meer werelden? Wie zijn wij mensen? Wie ben
je zelf? Wat is ons lot? Wat is ons doel? WAAR GAAN WE NAARTOE? We weten het niet. De grote angst voor het onbekende.

Bang voor het onbekende Dat we zo bang zijn voor het onbekende laat zich zien in het feit, dat we constant op zoek zijn naar verklaringen voor dingen die in ons leven gebeuren en daarmee zoveel mogelijk controle op ons leven trachten te hebben. We proberen bijvoorbeeld controle uit te oefenen door kennis te vergaren over wat ons te wachten staat, alles te plannen (op reis gaan, maar alles uitzoeken- en stippelen en naar bekende gebieden gaan – wat overigens ook heel leuk kan zijn, maar doe je het écht daar om? Of omdat je niet buiten de lijntjes dúrft te kleuren?) en zélf te doen. Maar ook door negatieve gevoelens te vermijden of ons ertegen te verzetten en constant te proberen macht (je gelijk halen, mening/ongenoegen uiten, of erger: verkrachting/misbruik/oorlog…) te verwerven. Hierdoor denken we een
perfect leven te kunnen leiden, waarin mensen niet om ons heen kunnen (en we dus van betekenis/waarde zijn), dat we volledig in de hand hebben en louter uit plezierige gevoelens bestaat. Onvoorziene, ingrijpende gebeurtenissen werken dit juist tegen, wat die angst (onzekerheid, machteloosheid) met zich meebrengt. Ook globalisering heeft het vroegere, veilige leven onzekerder gemaakt. We kunnen niet meer om dingen heen en leven niet meer in een bubbel van onze eigen sociale klasse of religie. Door onszelf verantwoordelijk te stellen voor deze gebeurtenis óf een vijand te creëren (IS/Islam), verdwijnt het angstige gevoel aan een onbekend lot onderhevig te zijn. In dit geval gaat op: nog liever de kwelling van schuld en schaamte, dan de angst voor het onbekende.

Onszelf beschermen tegen het onbekende Allemaal zitten we in hetzelfde schuitje. Allemaal hebben we grote vragen. En allemaal moeten of proberen we een weg te vinden in deze wereld. Onze angst is dus heel goed verklaarbaar. En het onstaan van culturen en gevoelens als ‘schuld’ en ‘schaamte’ ook. Deze zijn namelijk
eeuwen geleden ontstaan om ons mensen bij elkaar te houden. De groep bij elkaar te
houden. Zodat we niet alleen raken op deze beangstigende wereld waarover we eigenlijk maar bar weinig weten. Ontstaan dus uit bescherming voor onszelf. Omdat gevoelens van schuld en schaamte zo naar zijn, proberen mensen wél moreel goed te handelen, wél goed genoeg voor een groep te zijn en wél dingen binnen een kader te doen of met de stroom mee te gaan, zodat schuld en schaamte geen rol spelen en (de fundamentele angst) om alleen (op de wereld) eindigen ook niet. Want dat is de grootste straf
die we kunnen krijgen…

Angst als verklaring voor vele stoornissen en problemen Daarnaast biedt ‘angst’ (met als gevolg schuld en/of schaamte) ook een verklaring voor een heleboel “stoornissen” die alleen maar toenemen. Neem bijvoorbeeld een depressie en burn-out die onder andere kunnen ontstaan uit geen ‘nee’ durven zeggen (angst om te kwetsen
en/of niet leuk gevonden te worden), perfectie (angst om te falen, de controle te verliezen en/of niet goed genoeg te doen of zijn) en onzekerheid (angst om niet te kunnen voldoen aan
verwachtingen en/of niet goed genoeg te doen of zijn). Dwang, een manier om controle te krijgen op je eigen leven (enige eigen invloed), evenals eetstoornissen, die onder andere voortkomen uit een laag zelfbeeld (angst om van geen waarde te zijn), bepaald schoonheidsideaal (angst om niet mooi genoeg te zijn en/of er niet bij te horen) of problemen binnen het gezin (angst om niet gezien te worden of niet goed genoeg te doen/zijn). (Overigens zitten eetstoornissen ook al deels in de genen). Of ten slotte (post)trauma(tische) (stressstoornis)**** die eigenlijk altijd voortvloeit uit een gevoel van falen (tekortschieten aan doel of niet goed genoeg handelen (bijvoorbeeld te weinig begrip of respect tonen)). Allemaal vormen van de angst (gerelateerd aan schuld en schaamte) om alleen achter te blijven op een “onbekende” wereld door gebrek aan eigenwaarde of zekerheid/controle op/over eigen leven. Deze angst wordt veelal beantwoord door verdrukking (verslaving/obsessie) of controle (dwang/eten/perfectionisme).

Verandering door jezelf

Het begint bij jezelf Maar, die angst is er toch gewoon? Want we weten inderdaad maar vrij weinig van de wereld af. Dus wat kunnen we er nog aan doen? Moeten we gevoelens als schuld en schaamte verdrijven? Nee, dat is niet de oplossing. Maar er zijn wel een heleboel manieren om beter met onszelf, anderen en de wereld om te gaan. Een omslag in ons denken is dan wel essentieel. En vooral een omslag in de vele misvattingen die er bestaan. Om een dergelijke verandering te bereiken, zal er dus het een en ander moeten veranderen. En die verandering begint, zoals met een hoop dingen, bij jezelf. Jouw geluk en gedrag, hebben namelijk altijd effect op dat van een ander. Wil je dat er iets gedaan wordt aan de huidige problemen in de maatschappij? Dan zal er iets vanuit jezelf moeten komen.

Gevangen in “vrijheid” Laten we van vooraf aan beginnen: bij de roep om meer vrijheid. En wel: individuele vrijheid. Vrijheid die in de loop der decennia is veranderd in gevangenschap door een te grote verantwoordelijkheid die op onze schouders rust. Vrijheid waar nogal eens misbruik van wordt gemaakt en letterlijk kan veranderen in gevangenschap. Vrijheid die steeds meer is verwijderd van wat het
begrip daadwerkelijk betekent. Namelijk (zoals eerder gezegd): kunnen denken en handelen zonder hierin geleid hierin geleid te worden door ANGST, gecreëerd door het oordeel van
anderen (en onszelf). En deze oordelen zijn nogal van invloed, blijkt uit het hele verhaal
hierboven. Want ze creëren gevoelens van schuld en schaamte die niet echt helpen
in het verminderen van angst en ook niet in het tonen van onze ware ik. Verzetten tegen deze gevoelens hoeft niet, want het is oké dat ze er zijn en iedereen heeft ze. Verzetten helpt
ook niet, want uiteindelijk komen ze alleen maar harder terug. Wat je wel kunt doen, is loslaten en accepteren of veranderen. Maar daarvoor is het belangrijk dat je je eerst bewust wordt.

Bewust worden (niets/niemand is perfect en alles mag er zijn)
Bewust worden van je eigen gevoelens, gedachten en gedrag doe je door er verbinding mee te zoeken en (even) bij stil te staan. Aanschouw jezelf en je/de omgeving; wees nieuwsgierig en verplaats je in jezelf en de ander: ‘Waarom doe(t) ik/hij zo?’ Of ‘Hé, ik merk de volgende gedachte/het volgende gevoel op, wat wil het tegen mij zeggen?’ Het enige wat je hoeft te doen, is opmerken en erbij stil staan, zonder oordeel. Vervolgens kun je jezelf vragen stellen, als: ‘Wil ik dit wel?’ ‘Klopt dit wel?’ ‘Kan ik er iets van leren?’ ‘Hoe zou een ander hiertegenaan kijken?’ ‘Wat voor advies zou ik hem of haar geven?’ Niet om je aan een ander aan te passen, maar om afstand van je gedachten en gedrag te nemen, zodat je ze in een realistisch perspectief kunt plaatsen en kunt kiezen hoe ermee om te gaan (zie: volgende alinea). En om met een open, nieuwsgierige en aandachtige houding naar een ánder te kijken en luisteren, zonder gelijk te oordelen. Op het moment dat jij je bewust bent van de dingen die je doet, denkt of voelt,
kun je in het moment zijn en bewuste keuzes maken. Het is er en jij ervaart. Zonder oordeel: alles mag er zijn. Kwetsbaarheid en onzekerheid horen erbij: niemand is perfect en het leven is niet volledig maakbaar, maar dat is prima. Laat het waardeoordeel varen en
concentreer je op “er zijn”. Want als je in het hier en nu bent, zonder gevoelens over het verleden (verdriet) of de toekomst (angst) te ontkennen, voeren deze niet de boventoon meer.

Accepteren of veranderen (openstellen, vertrouwen en respect)
Als je je bewustzijn vergroot hebt en meer in het moment leeft, kun je tot actie overgaan: accepteren of veranderen. Accepteren van jezelf, je omgeving en het leven. Dat sommige dingen zijn zoals ze zijn en jij bent zoals je bent. Dat bepaalde gedachten nu eenmaal in ons hoofd
opkomen en we sommige gevoelens ervaren (en niet de enige zijn: ze zijn onderdeel van het leven én een ervaring: je bént je gedachten/gevoelens niet). Als je dit accepteert en er “lief” tegen bent of begrip voor hebt, in plaats van je ertegen verzet of vermijd (controle uitoefent), kun je vrijer zijn in het maken van keuzes en jezelf laten zien. Je kunt de ‘ik’ laten zien waar je achterstaat, op vertrouwt en die je accepteert (wat uiteindelijk de sleutel is tot het gevoel ‘erbij te horen’), dus hoef je niet angstig te zijn afgewezen te worden. Door jezelf de vrijheid te gunnen jezelf (bijv. gek en enthousiast) te zijn (dus kwetsbaar), zul je de ander ook stimuleren dit te doen en elkaar waarderen in plaats van afkeuren (in de meeste gevallen… ;)). Door te openen en niet te oordelen zal er onderling vertrouwen en respect ontstaan en kun je ook makkelijker je grenzen aangeven en/of iemand op zijn verantwoordelijkheden wijzen (probeer dit op een vriendelijke en eerlijke manier te doen: iemand wijzen op zijn gedrág en niet de volledige pérsoon afwijzen).) Daarnaast geeft het je een zetje om uit een veilige cocon te stappen en dingen aan te gaan die hierbuiten vallen. Angst en onzekerheid horen daarbij: dit zijn signalen dat je iets vertrouwds verlaat en in een nieuwe wereld komt waar je wordt uitgedaagd (bron: Flow??). Spannend, en misschien zelfs een lijdensweg, maar wanneer je op jezelf en je mogelijkheden vertrouwt, kun je óók je grenzen onderzoeken en hiervan leren. Accepteer die onzekerheid dus: het hoort erbij en er zit ook een góéde kant aan!

Naast het accepteren is er de optie om te veranderen. Door nieuwsgierig naar jezelf te
zijn en het leven en jezelf te aanschouwen, zul je ontdekken wat echt belangrijk voor
je is en wat niet. Wat je voor jezelf doet en wat niet. Door contact met deze waarden te maken
en ervoor te kiezen bepaalde dingen bewust te accepteren of te veranderen (en te accepteren wat je níet kunt veranderen – je kunt niet overal de controle over hebben: als je de keuze had, koos je misschien voor dat moederschap, maar die keuze heb je niet en dat is vreselijk (erken dat ook), maar je kunt er niets aan doen… teleurstellingen/onheil horen
er ook bij) en je te focussen op de mogelijkheden die je wél hebt (zonder de nare gevoelens te ontkennen, hier mag je best even liefdevolle aandacht aan besteden) en energie te steken in dingen die je wél kunt veranderen, zul je op een manier leven die voor jóu goed voelt. Hierdoor hoef je niet meer bang te zijn anderen teleur te stellen of iets fout te doen en ervaar je sneller een voldaan of tevreden gevoel in plaats van een gevoel van schaarste (“niet (goed) genoeg”). Veranderen is
pas echt van belang als je bijvoorbeeld voelt dat gevoelens van schuld en schaamte op hun plaats zijn. Vaak zijn deze wel op hun plaats als bepaalde handelingen niet gedreven zijn door je normen en/of waarden. Je deed het omdat je dacht dat het “moest”, je bang was anders afgewezen te worden of omdat je er gewoon niet goed over nagedacht had. Keur jezelf hier niet op af. Wees vriendelijk en eerlijk naar jezelf (niet ontkennen!), zoals je ook anderen benadert: je bent je er nu bewust van, dus nu kun je er ook iets aan doen. Neem de verantwoordelijkheid, durf het oude patroon te doorbreken en een nieuwe uitdaging aan te gaan! Als je geleerd hebt jezelf op deze (milde en liefdevolle) manier te benaderen en trouw te zijn aan jezelf, kun je ook makkelijker van anderen “ontvangen” en aan anderen “geven”. Voorbeelden van vragen die je jezelf kunt stellen om dichter bij je waarden te komen, zijn: ‘Brengt de handeling me naar wie ik wil zijn of wat ik wil?’ of ‘Kan het me verder helpen naar een gelukkig en zinvol leven?’
Het antwoord hierop zou je bijvoorbeeld kunnen toepassen op je relatie. Tegenwoordig worden deze vaak als vanzelfsprekendheid gezien, waar we niet te veel moeite voor willen doen, want er zijn nog mogelijkheden genoeg. Maar kijk eens wat jouw aandeel in de relatie is. Probeer je er nog wel écht iets van te maken of leg je de schuld alleen maar bij de ander? Als je erachter komt dat het écht niet werkt, zie het dan ook niet als falen, maar accepteer en wees blij met deze bewuste conclusie. (Meer hierover
kun je vinden in het boek van Russ Harris: De valstrik van het geluk.)

Loslaten en onthaasten (het is oké en je hoeft niets) We denken en oordelen de hele dag door en heel veel van deze gedachten zijn helemaal niet bruikbaar, wat niet erg is (je hoeft dus ook niet bij elke gedachte, emotie of handeling lang stil te staan, soms is het al voldoende er alleen even op te reageren en het te erkennen door ‘denken’, ‘oordelen’, ‘wat goed dat ik dit opmerk’ of ‘bedankt, hoofd!’ te “zeggen” – uit ‘De valstrik van het geluk’). Maar pas als je een gedachte hebt toegelaten door hem op te merken, kun je ervoor kiezen te accepteren of te veranderen, en vervolgens los te laten. Het is belangrijk om dingen los te laten, omdat het vaak veel (onnodige) energie van ons vraagt. Een keuze is een keuze en bij elke keuze laat je dus ook dingen liggen. Maar dit geeft wel rust. Je kunt zo echt voor iets gaan, wat uiteindelijk veel meer voldoening geeft dan blijven hangen in “niets” of getwijfel. Voorwaarden van hoe je je “zou moeten” gedragen om “goed genoeg” te zijn mogen ook loslStap af van het moeten en overal verwachtingen op loslaten. Naar jezelf en naar anderen toe. Wees kritisch ten opzichten van deze verwachtingen: zijn ze wel realistisch; is het allemaal echt wel nodig of zo erg? Zo, ja: waarom? Als je je daadwerkelijk bewust bent van jezelf (en van het feit dat niemand perfect is) en je kunt accepteren of veranderen (handelen volgens je waarden), dan is het allemaal oké. Meer hoef je niet te doen.
Wees je bewust van je gedrag, zo weet je ook wat écht moet en wat mag.

Hiermee zet je gelijk een belangrijk effect in gang: onthaasting. Door zelf (letterlijk) meer stil te staan bij dingen en je er bewust van te worden, zul je ontdekken wat écht goed voor je voelt. Bevestiging van buitenaf is dan niet meer nodig: veiligheid en zekerheid kun je in jezelf vinden, door trouw en eerlijk te zijn aan/naar jezelf en te vertrouwen op je “innerlijk
geweten
“. Volg je hart en niet de chronometer om je pols. Want als iedereen doet wat hij of zij écht graag doet en respectvol met elkaar omgaat, dan is die tijd helemaal niet belangrijk meer. Omarm jezelf en het leven, alleen dan kun je het leven voor de volle 100% leven.

En onthoud dat al deze dingen nooit in een keer zullen lukken. Tegenslagen zullen er altijd zijn en niet alles zal even makkelijk gaan, maar door middel van met deze dingen te oefenen, zul je daar op den duur ook beter mee om kunnen gaan. Het gaat erom dat JIJ écht wilt, dat je een realistisch doel voor jezelf stelt en dat je alternatieve routes richting je doel durft te bewandelen. Plannen blijven plannen en dromen blijven dromen: laat je dus niet ontmoedigen als dingen anders gaan dan gepland, maar accepteer het. Volhouden en erin geloven! 

Verandering met je omgeving

Samen verantwoordelijk en deel van Terug naar de roep om meer (individuele) vrijheid. Iets wat begon met ‘loskomen van de autoriteiten’ en eindigde in een hoop overspannen mensen door een te grote druk: verantwoordelijk zijn voor je eigen succes en geluk. Opnieuw een misvatting die onderuit gehaald kan worden: niemand is vólledig verantwoordelijk voor zijn eigen succes of geluk. Je wordt namelijk altijd beïnvloed door externe factoren, als verleidingen of onvoorziene gebeurtenissen. Daarnaast richten we ons bij een keuze op de te verwachten uitkomst. Als deze anders uitpakt dan gedacht, denken we vaak dat het logisch of ontontkoombaar was en geven we onszelf de schuld, maar we zijn slechtere voorspellers dan we denken en dat is heel menselijk (Silvia Benschop!) Wanneer ben je dan wel verantwoordelijk voor iets…? Verantwoordelijkheid kan heel beangstigend zijn als je er een hoop ‘wat-als-scenario’s’ op loslaat. Maar, zoals eerder gezegd: verwachtingen en
waardeoordelen mag je laten varen. In ieder geval voelen we ons vaak niet verantwoordelijk of juist té verantwoordelijk voor de omgeving of zelfs hele wereld, terwijl we deze omgeving en wereld állemaal zijn. We zijn dus samen verantwoordelijk, of beter gezegd: samen deel van. Onze (nabije) omgeving maakt ons allemaal tot wie we zijn. We zijn allen een product van de omgeving en samenleving. Kijk maar naar kinderen en jongeren die opgroeien in bijvoorbeeld een gewelddadige buurt of thuisomgeving, grote kans dat bepaalde gedragsproblemen of stoornissen een grote rol gaan spelenin het leven van het kind. Maar ook de pereceptie van de wereld en omgang met andere mensen wordt onder andere hierdoor bepaald. Deze persoon oefent op zijn beurt dus weer een hele hoop invloed op anderemensen uit. En zo kan er een (negatieve) vicieuze cirkel ontstaan die niet gauw doorbroken wordt… als er niet veranderd wordt!

Het kind
Verandering begint daarom bij jezelf. Het is logisch dat je op een bepaalde manier bent gaan doen en denken: zo ben je nu eenmaal opgevoed en gevormdMaar het mooie is, dat iedereen 
diep van binnen
 nog steeds “het kind” in zich heeft, zoals die geboren is. Het naïeve, eerlijke, speelse en onschuldige kind. Het kind dat niets of niemand pijn wil doen en met open ogen naar de wereld kijkt. Het kind dat geeft en ontvangt. Het kind dat langzaam verandert door emoties, gebeurtenissen en overtuigingen en maakt tot wie die is. Afhankelijk van dit ego
zichzelf hier vaak in verliest en niet meer weet wie die nu werkelijk is. Maar, ook al ben je niet altijd schuldig aan bepaalde processen, je kunt wél zelf kiezen hoe je ergens mee omgaat en hier de verantwoordelijkheid in nemen!

Onze goede intentie samen realiseren, want we hebben elkaar nodig Al eerder liet ik je zien hoe je bij die ‘diepere zelf’ kunt komen. Door het ontdekken van wat jij belangrijk vind in het leven: je waarden. Dit is ook de eerste stap, na het bewustworden, voor verdere verandering met de omgeving. Als we deze eerste stap hebben gezet, komen we er namelijk, als het goed is, achter dat het er niet toe doet dat we allemaal anders zijn, maar dat we allemaal hetzelfde willen en elkaar daarbij nodig hebben. Want wat vaststaat, is dat we niet hetzelfde zijn. Ook al hebben we allemaal een vergelijkbaar “kind” in ons. Iedereen wordt op een bepaalde manier gevormd door omgeving, opvoeding, gebeurtenissen en genen, dus iedereen is anders en dat is oké. Pas als onze intentie goed is (en we deze met elkaar durven te delen) en we allemaal daadwerkelijk wíllen veranderen, kunnen we een leven en wereld creëren waarin iedereen gelukkig is, het leven kan leven volgens zijn of haar waarden en er niet alleen voorstaat. Gelukkig zijn, heeft voor iedereen een andere betekenis. Maar bekend is, dat het geluk samenhangt met dankbaarheid, eigenwaarde, erkenning, vertrouwen, liefde, veiligheid en verbondenheid: het gereedschap waar je mee kunt gaan werken als je het bovenstaande hebt gelezen (en de tegenhangers van angst om alleen te eindigen of voor het onbekende).

Samenwerken: vrijheid, gelijkheid en broederschap! We bereiken dus meer door samen te werken (geen competitie of strijd meer!) en elkaar te accepteren en respecteren (geen oordelen meer!). Door de kwaliteiten van elkaar te zien en te gebruiken, want iedereen draagt op zijn manier bij aan de samenleving (de een is niet beter dan de ander vanwege een bepaalde kwaliteit of “talent”: iedereen is gelijk, heeft recht op hetzelfde en wordt gelukkig van het delen van zijn/haar talent).
Allemaal worden we geboren op deze grote, onbekende wereld, allemaal worden
we geboren als ongerept kind en allemaal willen we (nog steeds) hetzelfde: gelukkig zijn. Als dit echt is wat we willen, is er maar één ding nodig om mee te beginnen: wijzelf, en dat zijn we al. De wilskracht vanuit onszelf om een klimaat te creëren waarin we dit ‘gelukkig zijn’ samen kunnen faciliteren. Samen, omdat het ons alleen niet lukt en het ‘alleen zijn’ op deze wereld ook onze grote angst is (als je al het bovenstaande moet geloven). Samen aan deze wereld (op een creatieve*****  manier) bouwen, onze zorg ervoor dragen en een plek voor onszelf en een ieder ieder ander creëren. Een plek waar een open en eerlijk klimaat heerst, waarin we elkaar respecteren, erkennen, opnemenliefhebben en in waarde laten. Een klimaat waarin veiligheid gewaarborgd is en we elkaar kunnen vertrouwen. Een klimaat waarin mislukken en
fouten toegejuicht 
worden, want niemand is perfect en alleen dan kunnen we van onszelf leren. Alleen zo functioneren wijzelf én de samenleving goed. Als je op die manier naar elkaar en de wereld kijkt, weet je één ding zeker: geluk vinden voor onszelf en de rest van de wereld is zo moeilijk nog niet, we hebben alleen onszelf én elkaar nodig.

– MIJ, 18 december 2014

P.S. Ik vind het belangrijk om te vermelden dat ik zélf geen uitgebreid of wetenschappelijk onderbouwd onderzoek heb gedaan, maar dit artikel voornamelijk heb geschreven vanuit eigen
inzicht & ervaring en mijn omgeving (o.a. diverse therapieën en Breekjaar). Verder aangevuld met wijsheden vanuit filmpjes (waaronder ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap’ van de VARA), boeken (Valstrik van het Geluk en de Moed van Imperfectie – overlappingen met het
tweede boek zijn “toeval”, omdat het grootste gedeelte van dit artikel daarvoor is geschreven) en artikelen op het internet en uit tijdschriften. Dingen die ik verkondig zijn dan ook niet nieuw. Er zullen zeker meer artikelen hierover geschreven zijn, maar ik schrijf het op mijn manier en heb een hoop verbanden proberen te leggen. Het is daarom ook een lang artikel geworden 😉
P.P.S. Helaas leest het erg vervelend. Dit komt door het kopiëren vanuit Word…

* Deze individuele vrijheid, die begon met ‘vrij kunnen denken’ en ‘tolerantie jegens geloof’, verandert in een op kapitalisme/de markt gebaseerde samenleving, waarin niet de burger en zijn belang centraal staan, maar de consument en zijn behoeften. En brengt daarmee ook een verschuiving teweeg in belanghebbenden: niet het volk, maar het geld. ** Culturele identiteit staat voor groepsverbondenheid op basis van gemeenschappelijke normen en waarden (en een gemeenschappelijk verleden), waaraan we onze eigen identiteit (persoonlijkheid/wie we zijn) ontlenen. Als we dezeontlenen aan de massacultuur, dan ontlenen we deze bijvoorbeeld aan het dragen van bepaalde merken, het luisteren van bepaalde muziek en/of het kopen van bepaalde producten. We denken alleen onszelf te zijn door op deze manier te leven.
*** In tegenstelling tot “vroeger”, toen ‘gemiddeld of normaal zijn’ werd toegejuicht en op ‘anders zijn’ vooral hatelijk werd gereageerd. Dat ene meisje met die rare broek of die lange slungel van een jongen, altijd was er wel een zondebok in de klas die buitengesloten werd. Degenen die gepest werden blijven vaak hun hele leven met de gevolgen hiervan (opstandig, afwerend, onzeker, depressief…) worstelen of besluiten zelfs een eind aan hun leven te maken. En dit allemaal, omdat de pesters zelf onzeker waren en er ook bij wilden horen: net als ieder ander… ****Ander soort trauma’s hebben vaak niets te maken met gevoelens als schuld en schaamte, maar brengen een angst puur voor de schokkende en/of zeer gruwelijke gebeurtenis met zich mee. Deze gebeurtenissen worden echter vaak wel veroorzaakt door mensen met motieven die verklaarbaar zijn vanuit schuld en schaamte: depressie, laag zelfbeeld, streven naar status, macht of bezit, verwachtingen en achterstand. Maar ook geloof of cultuur spelen een rol.
***** Iedereen bezit creativiteit, alleen maken sommige mensen er gebruik van en sommige niet. Creativiteit is iets eigens, iets origineels. Door dingen op een creatieve manier aan te pakken laat je je niet leiden door anderen en ben je écht met iets bezig, vanuit je eigen belevingswereld. Creatieve processen zijn daarom tastbaar en vormen een belangrijk deel van je leven: het zullen processen zijn die je nog met al je zintuigen kunt herinneren. Creativiteit verbindt ook. Door mensen op te zoeken die dezelfde ideeën of creativiteit hebben als jij (gelijkgestemden) kun je mooie dingen met elkaar delen. (Deze voetnoot is ter aanleiding van het boek ‘de Moed van Imperfectie’ van Brené Brown).

Featured post

Een leven bomvol prikkels

Druk in de stad

’s Ochtends stap ik uit mijn bed. Het is heerlijk stil buiten: er klinken wat vogeltjes, een windje; verder niets. In mijn pyjama loop ik naar beneden en doe mijn jas en schoenen aan. Ik loop de trap af en stap de voordeur uit. Een straatveegmachine komt net voorbij. Hmm. Ik loop door, hoor, een hond. Sla linksaf, loop een stuk; een fietser komt tringelend voorbij. Dan klinkt het gehamer van bouwvakkers die er al weken bezig zijn. Ze schreeuwen wat naar elkaar, de radio staat aan. Ik loop verder. Een auto passeert me. Dan is het stil.
Drie kwartier later zit ik op de fiets en race de Kanaalstraat door. Het is opletten geblazen: elk moment kan er een auto remmen, zijn deur openklappen of afslaan. Je weet het nooit hier… Tussen alle mensen en voertuigen baan ik me een weg. Het komt niet zelden voor dat ik afgesneden word, iemand plotseling remt, zijn hand niet uitsteekt of langs komt stuiven. Geïrriteerd steek ik dan mijn middelvinger op, werp ik een boze blik toe of scheld diegene uit. Oeps. Ik voel mijn benen, de kramp, maar ik moet opschieten. Rood. Kan het nog? Ik kijk naar links, rechts, politieauto? Nee? Race dan gauw door. Getuuter. Oeps. Meestal gaat het goed. Of eigenlijk altijd, anders was ik er niet meer. Maar meestal zonder getoeter. Tunneltje door, bochtje in. Ik ben op de helft. Vlug race ik langs de autoweg, andere fietsers inhalend, het stoplicht overslaand. Weer een tunnel door. Nog een klein stukje, dan is de finish in zicht. Puffend zet ik mijn fiets neer en doe hem op slot. Ik kijk op mijn telefoon: 11:02, twee minuten te laat. Ik ren naar de collegezaal. Twee minuten later zit ik binnen, een blaadje wapperend voor mijn gezicht. Ik neem een slok water en pak mijn spullen: daar gaan we weer.

Een groene oase
Zo verloopt minstens de helft van mijn ochtenden. Meestal kan ik niet wachten totdat het pauze is. Even naar buiten: op adem komen, naar de vogels luisteren, buitengeluiden… Ik ben de enige, zo lijkt ‘t. Soms wil ik blijven. Genieten van de stilte. Even niks aan m’n kop.  Maar ik ga maar weer. Het is immers nog drie kwartier. Met hernieuwende energie, óf de moed in mijn schoenen, stap ik het lokaal weer in. Na het college haal ik opgelucht adem, pak mijn fiets en race (iets minder hard dan de heenweg) richting het park. Door rood. Tring, tring. Oeps. In het park stap ik af. En kijk om me heen. Naar het groen, de bomen. Het water, de vogels. Als het lekker weer is, is het druk. Het groene gras is dan gevuld met mensen. Maar nu is er bijna niemand. Twee oudjes komen voorbij, een kind op zijn step. Verder niemand. Lekker, zo’n groene oase in de stad. Die zijn er weinig.
Ik ga op een bankje zitten en staar naar het water. De weerspiegeling van de zon erin. Eendjes die op elkaar springen. Wat is het hier toch sereen. Maar eens komt de tijd dat je opstaat, omdat er een planning is, of het te koud is, of omdat het gewoon raar voelt om daar een uur te gaan zitten. Dus loop ik nog een rondje en stap dan op mijn fiets. Terug de rumoer in. Rotonde op, hand uitsteken, en weer crossen. Tussen het verkeer door. Kan het niet rustiger? Nee, ik fiets altijd hard.

Stress vs. sereniteit
De volgende dag komt er nog een tandje bij. Nauwelijks geslapen door… De loodgieter belt me wakker: hij staat voor de deur. Ik doe open, laat hem de CV-ketel zien, spring onder de (koude) douche, en duik m’n bed weer in. Twintig minuten later zit ik op de fiets naar werk. Ik kwak mijn rijtuig neer, zet ‘m op slot, sprint gauw naar het perron en spring de trein in. Hij heeft vertraging. Onrustig zit ik op mijn stoeltje, tot we er zijn. Gauw ren ik naar de bus. Vijf minuten te laat kom ik aan bij mijn werk voor, welke smoes heb ik deze keer? Die vertraging had ik immers moeten incalculeren. Nou ja, toch maar dat ik vertraging had. Het werk begint: broodjes maken. Alles moet ik vragen (ik sta hier voor het eerst), ondertussen zwelt de rij aan. Als het erop zit, sprint ik naar de bus: de uitgang bleek niet dezelfde als de ingang, dus moet ik om. Bus gemist, kak. Dan is het wachten.
Ik probeer internet aan de praat te krijgen: doet ’t niet. Dan maar zonder. Een kwartier later loop ik m’n trein in, naar de stiltecoupé. O, nee, wacht, eerst nog mijn huisgenoot bellen, over het gesprek met de buurman van vanavond. Voor een minuut of vijf sluit ik mijn ogen, en hups: op de fiets naar huis. Thuis plof ik uitgeteld in de keuken neer. Smeer een boterham, maak een bakje muesli klaar. De rest van de dag wisselen stress en ‘me-momentjes’ elkaar af. Soms lijk ik even een ‘flow’ te pakken te hebben, maar die wordt binnen de kortste keren verstoord door geluiden van buiten, mijn moeie lichaam, een afspraak of mijn eigen planning die in m’nn nek hijgt. Als ik mijn bed instap, om even bij te komen van de dag, spookt het in mijn hoofd: écht rust is er nooit… Na ruim een uur kijk ik op mijn wekker: ‘Zal ik nog even de stad in gaan?’

Stress vs. sereniteit II
Niet veel later stap ik de Coffee Company binnen. Er staat een lange rij bij de kassa. Wachten maar. Als ik aan de beurt ben, bestel ik wat en loop naar boven. Yes! Ik ben de enige. Ik installeer me achter een tafeltje met mijn laptop. Snoer in het stopcontact, tafeltje naar me toe, stoel erachter en poten erop: chillll. Dan begint het aftellen. Tot zeven uur, of misschien iets over zeven. En het ordenen, van de hele zooi in mijn hoofd, mail en agenda. En dat is veel, reken maar. Ah, daar is mijn Bambino. Lekker! Ik begin met tikken. Tik, tik, tik…. Sluit me af van de buitenwereld, inmiddels zijn er mensen bijgekomen: weg sereniteit. Ik draai me weg van hen en stop oortjes in. Ga weer verder met het tikken. Tik, tik, tik… Het laatste half uur (als ik geluk heb) is voor mijn boek. Tot de klok zeven slaat. Ik hoor gerommel beneden: stoelen, mensen die opstaan, deuren sluiten, iedereen gaat naar buiten. Ik kijk op de klok: 19:02. Shit, ik moet weg. Ik sta op, haal het snoer uit het stopcontact, ruim mijn laptop op, doe mijn oortjes uit, en hoor dan de muziek. Die heerlijke muziek, door mijn lichaam vloeien. Ik sluit mijn ogen, zet mijn voeten op de grond. Even een momentje voor mezelf. O, wat is dit fijn. Die rust. Kan ik hier niet langer blijven? Ik kijk op mijn telefoon: 19:04. Fuck, nee, nu moet ik echt weg. Ik sta op, gooi mijn rugzak op mijn rug, kijk nog even achterom en loop dan naar beneden. ‘Dag,’ zeg ik, ‘bedankt,’ en verlaat het pand.
Op de fiets naar huis. Ik kijk naar het uitzicht, luister naar het water. Loop een stukje. Maar dan is het tijd om verder te gaan. Thuis trek ik me een moment terug op m’n kamer, om even in de Lotus-houding te gaan. Totdat de bel gaat: en het tijd is voor de buurman.
We praten nog even na; ik duik mijn bed weer in. Ruim een uur later ben ik eruit. ‘Zal ik nog even sporten?’ Mmm. Even naar de supermarkt dan. Het regent, en ik moet snel zijn: hij sluit bijna. Wat moest ik ook alweer halen? Wat moest ik ook alweer doen als ik thuis was? Het lampje van m’n fiets moet ik ook nog vervangen. Net op tijd ben ik bij de supermarkt en maak ik een snelle ronde. Bij de kassa wordt ik weggejaagd: ‘We gaan nu echt sluiten, trut.’ Vijf minuten later zit ik alweer op de fiets terug. Wat moest ik ook alweer doen als ik thuis was? Wat zou ik ook alweer in die appjes zetten? Ik kook, en eet wat, dan begint het ordenen weer (niet af). Half twaalf is de dag eindelijk voorbij en kan ik wat voor mezelf gaan doen. De tijd dat ik eigenlijk naar bed wilde gaan…

Fernweh
Het zijn kortdurende bubbels waar je in leeft, die zenmomenten in het park of in een koffietentje. Stap je eruit, dan begint de rumoer weer. Het overweldigd, neemt je over. Doordringt iedere vezel van je lijf. Steeds vaker zoek ik de stilte. Tussen colleges door, als ik thuiskom na een drukke dag, nadat ik in de bieb heb gezeten, of gesport heb… Voortdurend die behoefte aan ontlading, bezinning, “landen”. In het weekend, of op vrijdag, is die op z’n grootst: dan wil ik weg, móét ik weg, naar een andere omgeving, of plek. Het park, een andere stad… Ontsnappen uit de beklemming. Een andere weg fietsen, andere plekken zien. Niet alles gecentreerd rondom dat centrumpje met die o, zo bekende plekken, waar ik iedere dag kom. Eens een keer wat anders. Ruimte, stilte. Hoe heb ik het dan toch jaren uitgehouden in Amsterdam? En het daar zo naar m’n zin gehad? Miste ik zelfs die stad?! Dit is Utrecht maar…

Positieve prikkels en zomers paradijsje
Dan realiseer ik me pas hoe zwaar het eigenlijk voor iemand zoals ik (hooggevoelig) is om in zo’n prikkelvolle omgeving (stad) te wonen in combinatie met een studie (en werk). In mijn tussenjaren vond ik het heerlijk, Amsterdam. De bruisende stad, het grootste, wervelende, meesleepende, levendige… Ik had die prikkels nodig! Op ieder hoekje van de stad was er wel iets te doen. Verveelde ik me? Wilde ik eruit? Dan kon dat. Fiets een stuk en je was ergens anders. Toen beleefde ik in Utrecht twee fantastische zomers. In de ene buurt kon ik heerlijk wandelen tussen de mooie huizen, langs het parkje en in de rustige, speels opgezette buurt. Ik had een lekkere kamer, met veel licht, een mooie, houten vloer, hoorde geen buren, kon de tuin in en genieten van bankchillings alleen of met huisgenoten. Die tweede zomer was nog beter: een gigantische zolderkamer voor mij alleen! Met soms luide deuren van beneden en een drukte als weer eens een hele vriendengroep werd uitgenodigd, maar verder geen last. Er waren diverse balkons, er was een tuin, kat, hond, woonkamer en vanuit de voordeur liep je zo het park in. “Geblokkeerd” door een wat drukkere weg, maar op de juiste tijden kwam je niet veel mensen tegen. En misschien vond ik het wel fijn, die rumoer in de buurt: een fijne balans tussen rust en gezelligheid.
Daarnaast had ik natuurlijk een relaxte invulling: beetje werken, fotoboeken inplakken, tekenen, lezen, dansen, zingen, wandelen, sporten, en af aan toe aan het werk. Kwam ik thuis, dan kon ik op de bank ploffen, tussen m’n huisgenoten. Maar ik hoefde niets. Het kón, en dat maakte het fijn: een gevoel van keuze. Dat ik me ergens een soort van “thuis” voelde en bijhoorde (al was dat voor hen waarschijnlijk anders). En als ik daar geen zin in had, trok ik me gewoon terug op m’n kamer, waar ik, over ’t algemeen, heerlijk kon slapen.

Opgefokt, uitgeput en ingeklemd
Heel anders is dat nu: colleges, deadlines, werkdruk, kilometers fietsen, werken, zo’n af en toe sociale dingen, rijles, sporten én m’n eigen projecten… Opgefokt baan ik me iedere dag weer een weg door die drukke stad, scheldend en bellend naar andere fietsers, inhalend. Thuis kom ik aan tussen opgestapelde vaat en hoor ik mijn huisgenoot door het huis stampen. Uitgeteld laat ik me op mijn bed vallen en zie ik de appjes binnenstromen. Ik sluit mijn ogen. Voor even afgesloten van de tredmolen. Op de achtergrond klinken mijn huisgenoot en de bouwvakkers bij de buren. ’s Ochtends word ik er wakker, ingeklemd tussen de vier muren die mijn kamer van de trap en buren doet scheiden. Gewekt door mijn omgeving die iedere ochtend om half zeven opstaat. Ik loop weer hetzelfde stuk, leg weer dezelfde kilometers af en duik een paar uur later uitgeteld mijn bed in.

Prikkelarme omgeving
Hoe anders is dat in de Polder. Zó’n relatief prikkelarme omgeving, als ik het nu bedenk… Op het fietspad kom je nauwelijk een kip tegen, ’s avonds al helemaal niet. Het weiland, de koeien, het gras… Eigenlijk is het er best sereen. De enige herrie is zo’n af en toe een landbouwmachine op het land, of op de weg, en de snelweg die je in de verte kunt horen. Verder is het stil. Ook daar die sleur, aanwezige huisgenoten (ouders) en een agenda. Maar toch raak ik daar nauwelijks mijn mobiel aan en is het er vooral overzichtelijk, rustig en leeg. Wat doe ik daar op een dag? En wat kan ik daar doen? Ik moet veel minder. En dat is het verschil.

Altijd bereikbaar
Het zijn niet alleen die dingen van mezelf en van de studie die dagelijks opstapelen. Ondertussen is er namelijk nog een waslijst aan mensen die een beroep op je kán doen én doet, en waar ík dan op moet reageren. Moet ’t echt? Ja, je werk en je kameraden van het project kun je toch echt niet in de steek laten… Ik word er soms gek van. Ik wil dan op een eiland zijn, mijn eigen plek in huis, waar niemand me stoort. De stoppen eruit en gewoon kunnen LEVEN; niet constant bezig met ordenen en vormgeven. Een invulling die al staat, waar ik niet over na hoef te denken, op terug kan vallen. M’n eigen ding kunnen doen en toch betrokken blijven. Dat ’t niet wegzakt. Een gemeenschap. Maar studeer je niet, dan kom je al gauw in een wirwar van opties en open eindjes terecht. Met uitzendwerk, oppaswerk, een schoolproject en andere afspraken: dingen die je niet kunt negeren, en je ook zélf op de hals haalt. Maar je bent tegenwoordig overal bereikbaar, en moet verantwoording afleggen, ook voor het huis… En dat is vermoeiend.

Leugens
Leugens komen bij mij dan ook steeds vaker voor, vrijwel altijd om slechts één reden: fysieke of mentale rust. Ik heb helemaal geen afspraak staan, zoals ik immer zeg. Ik wil gewoon m’n bed in of even de tijd voor mezelf: naar een koffietentje, wandelen in het park… Maar meestal is het de moeheid die de leugens uitlokt. Ik schaam me ervoor, weet dat ze het met een paar woorden niet zullen begrijpen, maar ik heb het nodig en geen zin om mijn verantwoording ervoor af te moeten leggen: dan maar liegen… om eigen bestwil!

En zo baan ik me een weg door het drukke leven in de stad. Door de studie, het werk, het sociale. De moeheid, planningen en het malen. Gelukkig zijn er ook de ochtenden dat ik even niets hoef: een lange ochtendwandeling kan maken, de krant kan lezen en heerlijk pianospelen. En toch is daar op een gegeven moment altijd weer die tijd, en komt er een einde aan de eeuwigheid. Moet ik haasten, komt de stress weer op de hoek kijken. Daar probeer ik steeds meer een weg in te vinden, maar voordat die balans er is, zal er nog wel wat tijd over gaan… Dus is het nu maar tijd, om weer even naar de Polder te gaan!

– MIJ, december 2017

 

 

Hooggevoeligheid & Burn-Out

Symptomen en Oplossingen

Burn-out factoren
Misschien kun je, na het lezen van de artikelen over hooggevoeligheid en misofonie, begrijpen dat hooggevoeligen nogal eens te maken krijgen met een burn-out, sneller dan de gemiddelde mens. En dat zo’n burn-out vaak niet iets van korte duur is, maar soms jaren van herstel nodig heeft en makkelijker terugkeert. De kans hierop, en intensiteit hiervan, is o.a. afhankelijk van omgevingsfactoren, karakter/aanleg en de manier hoe ermee ‘gedeald’ wordt. Ik ben in een relatief veilige en liefdevolle omgeving opgeroeid, maar bepaalde (afwijzende/afkeurende/wisselende) gedragingen van belangrijke mensen om mij heen (ouders, klasgenootjes…) hebben toch een enorme impact op mij gehad door mijn extreem gevoelige en angstige aard. In plaats van me even rot te voelen en het weer te vergeten, sleep ik het jaren later nog mee, waardoor (in andermans ogen) milde uitspraken heftige reacties bij mij teweeg kunnen brengen. Om hiermee, en met alle prikkels, te dealen, ben ik gaan dwangen, controleren en bouwde ik (zoals velen) een muur om me heen. Dit leidde tot heftige stemmingswisselingen (stress vs. somberte), een hoop verdriet, boosheid en frustratie. Daarnaast ging ik keihard buffelen om aan mijn eigen en andermans verwachtingen en eisen te voldoen, kon ik, voor mijn gevoel, weinig op het begrip van mijn omgeving rekenen en ben ik naast gevoelig ook nog eens onwijs ambitieus en wilskrachtig. Al die factoren samen resulteerde bij mij in een burn-out.

Burn-out en omgeving
Het moeilijke aan een burn-out is dat het leven om je heen gewoon doorgaat en anderen, helemaal op jonge leeftijd, vaak geen idee hebben. Zo hoorde ik eens een huisgenoot met vriendinnen over een gemeenschappelijke vriendin praten. Die meid was altijd maar aan ’t werk en haar leven gíng immer over werk. Ze had niet eens tijd in de pauze om een sigaretje roken, vergat kaartjes naar anderen te sturen, terwijl ze altijd zo attent en geïnteresseerd was, en trok zich steeds meer terug uit sociale aangelegenheden. Voor mij was het duidelijk: een burn-out in ontwikkeling. Maar die vriendinnen zagen dat niet. Ze vonden het sneu voor d’r en realiseerden dat het kind waarschijnlijk geen ruimte in haar hoofd had. Maar daar hield het begrip op. Ze was, volgens hen, vooral een egoïst en asociaal: ‘We leven in een maatschappij van een tien op je werk, een tien op je sociale leven. Dat geldt voor íedereen, en zij kunnen dat. Dus hoezo zij niet?’ Mijn hart begon sneller te kloppen; mijn lijf te trillen. Omdat jullie het misschien wél handelen mét stress, uitputting én plezier, maar zij handelt het níét. Zij is misschien wel gevoeliger dan jullie, maar de verwachtingen zijn sowieso absurd. Voor iedereen. We leggen onszelf en anderen veel te veel op, wíllen veelste veel en kunnen vaak geen ‘nee’ zeggen. We streven immer naar meer, in plaats van vrede te hebben met NU, en dankbaar te zijn. Vroeger was dat wel anders: toen was het leven veel kleiner, overzichtelijker. Had je niet al die prikkels en keuzes, maar was je meer overgeleverd aan je “lot”.

Burn-out symptomen
Het deed me pijn het verhaal te horen. Dat die vriendinnen niets tegen haar durfden te zeggen. Haar asociaal vonden. Dat ze íéts doorhadden, was al winst. Maar in plaats van zich af te vragen waarom of te accepteren, oordeelden ze over haar als zijnde asociaal. Hoe gemeen! Wat heb ik een spijt dat ik me verloor in school, me liet opvreten door mij omgeving. Het plezier verloor en mezelf verloor in onbelangrijke bezigheden die zo belangrijk leken. Wat had ik graag vriendinnen gehad die het op tijd zagen en mij erop aanspraken. Maar zo ging het niet. Zelfs al was het eind de vijfde overduidelijk voor mij en mijn ouders dat ik tegen mijn grenzen aanliep, het jaar daarna trapte ik het gaspedaal nog extra zo hard in. Ik kon er níéts bij hebben: elk klein dingetje was te veel. Er moest maar iets gebeuren of gezegd worden of ik ontplofte of barstte in een huilen uit. Ik voelde me steeds opgejaagder, uitgeputter, incompetenter, sneller afgeleid en daarmee machtelozer. Het ratelde maar in mijn hoofd door, achting van mijn lijf en het leven om me heen had ik niet meer. In plaats daarvan was ik immer aan het zorgen, piekeren, twijfelen, uitstellen en had ik steeds minder zin in dingen: genieten deed ik zelden. Dat alles uitte zich ook fysiek: hartkloppingen, hyperventilatie, slapeloosheid, pijn in mijn nek, hoofd, rug…

Oplossingen

Bewustwording en grenzen stellen
Uiteindelijk heb ik, met veel moeite, mijn vwo in één keer gehaald. Een oase van rust lag voor me, met “de grote vakantie”… dacht ik. Maar het heeft drie jaar geduurd om redelijk uit het dal te klimmen. En dan alsnog waren er dagen of periodes van hevige overspanning of depressiviteit. De állergrootste en belangrijkste verandering in mijn leven? Bewustwording. Bewustwording van mijn lijf, gedachten en behoeften. Het zorgt ervoor dat je terugkeert in het moment: ‘Hoe voel ik me?’ ‘Wat heb ik nodig?’ Dat je aanvoelt wanneer het genoeg is. Tijdens een burn-out is het gevoel vaak uitgeschakeld, je loopt jezelf én het heden daardoor voorbij. Soms is het nodig even stil(te) te staan, zijn of horen om een keuze te kunnen maken of uit de tredmolen van het dagelijks leven te stappen. Ik kan dat niet terwijl ik fiets en de drang is bij mij soms groot, zelfs al ben ik op een lastige plek, dan ga ik maar om een hoekje van een straat staan.
Dit kan tot verwarrende blikken (van bekenden) leiden, en ongemak bij mij, want wat moet ik zeggen? ‘Ik was even aan het denken?’ Of: ‘Ik was even aan het luisteren naar de stilte?’ Zoals die huisgenoot en haar vriendinnen snappen veel dat niet. Al zit ik één dag niet op WhatsApp, dan word ik soms bestookt middels Facebook, mail, sms én telefoon door één persoon, en denk ik: ‘De reden waarom ik niet reageer, is omdat ik even rúst wil, maar dit maakt het nu alleen maar erger!’ En weet je, in zulk soort gevallen: heb schijt! Leg het beknopt uit, maar heb daarna gewoon schijt. Het ontdekken en aangeven van je grenzen en behoeften is essentieel. Want dat is precies waar het misgaat bij een burn-out. Strijd daar dan ook voor! Je hoeft niet mee te doen in die belachelijke 24-uurs economie. Leer jezelf uitzetten en ga na wat écht moet. Of de dingen die je van jezelf of anderen vraagt (of zij aan jou vragen) wel realistisch zijn. Doe dit heel bewust, want je kunt ook in een vermijdmodus (uit angst dat het te veel wordt) raken. Stel jezelf de vragen: ‘Ben ik nu eerlijk naar mezelf én kan ik het echt niet? Of vermijd ik nu iets wat me juist ook verder kan helpen als ik me er even toezet?’ ‘Vreet het slechts energie óf kan het me ook energie geven?’ Vooral in de eerste periode zul je echter eerder doorslaan dan vermijden. Grenzen trekken maakt je beperkter, maar ook rustiger: je zorgt beter voor jezelf en ontsnapt aan het kookpunt. Heb je grenzen leren trekken en rust leren nemen? Dan is de volgende stap die weer langzaam op te rekken. Stap voor stap.

Jij en je omgeving
Voordat je je zo bewust bent van alles, gaat er wel even een tijd over. En dan is het nog de uitdaging om naar dat bewustzijn te handelen: verander ik of accepteer ik? Zo voelde ik tijdens de skivakantie met mijn vader en broers hoe het constant omgeven worden door hen en anderen me soms te veel werd. Dan ging ik even alleen in een liftje zitten en luisterde ik naar de vogeltjes om me heen. Of ging ik tijdens de lunch apart op een stoeltje zitten met muziek in. In het begin leidde zulk soort acties van mij tot onbegrip en scheve blikken van mijn omgeving. Ik heb meer en moeilijkere behoeften dan gemiddeld, ben me daar bewust van én durf ze te uiten, daardoor vallen ze ook extra op. Maar naarmate de tijd vorderde, wenden ze eraan en gaven ze mij die ruimte. Voor hen had het immers ook een positieve uitwerking: ik was een kookpunt voor en daardoor gezelliger.
Die ruimte en dat begrip en vertrouwen dat ik van mijn omgeving kreeg, heeft mij ontzettend geholpen. Wat ben ik blij met al die mensen die hun verwachtingen jegens mij bijgeschaafd hebben, mij m’n gang lieten gaan, het niet erg vonden als ik wat later was, omdat ik nog even m’n rust nodig had. HSP’ers kunnen er moeilijk tegen als ze op hun vingers gekeken worden: ze krijgen dan het gevoel iets niet goed te doen en dat geeft stress en druk. Het is dan ook belangrijk dat ze de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en aan iets over te geven, waardoor hun kwaliteiten tot uiting kunnen komen. Ook geduld en vertrouwen zijn belangrijk. Door hun enorme verantwoordelijkheidsgevoel zullen ze daar niet gauw misbruik maken. Het is dus beter om vriendelijk en mild te zijn dan streng te straffen. Verwijten en oordelen zullen alleen maar averechts werken.

Eerst accepteren, dan pas veranderen
Maar het begint wel bij jezelf: dat je zelf leert wat je nodig hebt, dat durft te uiten of aan te geven en die ruimte ook pakt. Radicaal veranderen hoeft niet. Het gaat om terugkeren naar jezelf, de essentie van het leven, je basisbehoeften en waarden. Wat tegenwoordig vaak gebeurd, nadat mensen ten prooi zijn gevallen aan overbelasting, is het over een tótaal andere boeg gooien (denken ze). Het gaat allemaal rigoureus via een duur detoxprogramma waarin de hele dag gezeten, gepraat, geshaked en gesport wordt op een luxe resort aan de andere kant van de wereld. Ik denk eerlijk gezegd dat mensen dan weer in dezelfde valkuil trappen als daarvoor: in plaats van het maximale uit hun werk te halen, willen ze het maximale uit hun herstel halen en leven ze eigenlijk op dezelfde manier door. Ze nemen niet de tijd écht tot inkeer te komen, een stap terug te doen en de kern van het probleem aan te pakken (die burn-out is vaak gerelateerd aan dieper liggende problemen). Ze willen een ‘quick fix’ en zo snel mogelijk weer verder in de ratrace. Hun lichaam economisch nuttig maken, waardoor ontspannen presteren wordt: ‘Ik wil naar yoga. Waarom? Omdat ik gestresst ben. Als ik yoga doe, heb ik minder stress, waardoor ik beter slaap. Als ik niet goed slaap, kan ik morgen niet goed werken en dan…’ (Bregje Hofstede). Er zit altijd een doel achter. Dit hoeft niet slecht te zijn, want goed slapen is belangrijk en ontspanning kan daarvoor helpen. Maar door die keten aan doelen, zit er wel weer druk achter en zal het vroeg of laat de kop kosten.
Het is vooral belangrijk dat je je overgeeft. Dat je dealt met de situatie, hem accepteert. En dat kan lastig zijn, zeker wanneer je gewend was 50 uur per week van hot naar her te rennen en dan plots niet eens meer een kopje in de vaatwasser te kunnen zetten… Een verschrikkelijk machteloos gevoel geeft dat, niet kunnen maar zo graag willen, helemaal wanneer je ambitieus, perfectionistisch en gedreven bent. Toch is accepteren, na bewustwording, de belangrijkste sleutel naar herstel. We willen tegenwoordig veel te veel. Denken dat vroeger alles beter was, terwijl voor de gemiddelde mens (in het westen) stress over genoeg eten, onderdak of veiligheid volledig ontbreekt: het meeste hebben we, maar we zien het niet meer, omdat we onszelf van alles opleggen en immer naar ‘meer’ of ‘beter’ streven.
Dat is niet per se slecht, als je ook maar ziet wat je wél hebt en de essentiële zaken in het leven (familie, vrienden, rust, natuur, structuur, goede en gevarieerde voeding, beweging…) niet uit het oog verliest. Dat je leert een balans te vinden tussen dingen moeten/doorzetten/uitdaging en mogen/ontspannen/alledaagsheid. Pas toen ik bewustzijn gecreëerd had, liever naar mezelf was én eindelijk accepteerde dat ik niet altijd kon wat ik wilde en er dingen in de omgeving zijn die je niet kunt veranderen, en dat heeft misschien wel twee jaar geduurd (en achtervolgde me later weer), was er ruimte voor zowel verandering als rust.

Rust(momenten)
Rust is essentieel, op ieder moment van de dag. Even een stukje lopen, op een bankje zitten en luisteren naar de vogeltjes of de dag beginnen en afsluiten met yoga. Het hoeft niet lang te duren. Soms zijn vijf minuten al genoeg, maar het gaat erom dat je even bij jezelf terugkeert, dingen (al die informatie en prikkels!) laat bezinken en uit je hoofd gaat. Ik ben er echt goed in geworden: voel haarfijn aan wanneer ik iets nodig heb en wat. Maar doe het maar. In het begin zien veel mensen het als verloren tijd. Want terwijl iedereen om je heen doorgaat, zit jij daar vijf minuten op de grond te “niksen”. Weinig mensen denken heel bewust over zulk soort dingen na, gaan gewoon mee met de stroom of wat ze gewend zijn te doen en ploffen daardoor ’s avonds uitgeteld op de bank, krijgen slaapproblemen of storten ineens in. Niksen, in onze maatschappij, staat eigenlijk gelijk aan tijdsverspilling of uitstel van iets wat we “zouden moeten doen”. Maar we vergeten dat het een enorme weldaad voor de geest is. Als ik tussentijds en na college door het park loop, vraag ik me af waar alle jongeren zijn: ‘Ben ik nou het enige jonge burgertrutje dat hier een parkwandeling maakt? Weet wat je mist! De rust, vogeltjes, het groen…’ Mij laadt het in ieder geval op. Het zorgt ervoor dat ik weer klaar ben voor sociaal contact of om iets af te maken (ja, dus voor iets nuttigs, maar óók voor gemoedsrust en omdat ik het fijn vind) en op het eind van de dag om ontspannen naar bed te kunnen gaan en daardoor beter te slapen. Laat de leegte dus zo nu en dan ook leeg: vul hem niet gelijk in!

Afsluiten en continueren
Daarnaast kunnen, voor alle genoemde ‘deviaties’, structuur en ritme helpen om rust in het leven te brengen. Ik ben niet per se iemand die zich vastklampt aan bepaalde rituelen als altijd hetzelfde eten op hetzelfde tijdstip of ieder jaar naar dezelfde camping op vakantie gaan: ik houd júíst ook van verandering, en dat kan ook goed zijn: het zorgt voor avontuur, uitdaging, nieuwe prikkels en inspiratie. Daarmee voorkom je ook dat de balans de andere kant uitslaat, namelijk richting een ‘bore-out’ (Christiaan Vinkers). Maar daarbij heb ik gemerkt hoe een grotere verandering mij volledig kan ontregelen en hoe overspannen of overprikkeld ik daarvan kan raken. Een voorbeeld is de overgang van drie tussenjaren naar een studie (die gepaard ging met een verhuizing, wegvallen van sociaal leven binnenshuis, geen zicht op een toekomstige kamer en slaapproblemen). Maar ook van een jaar lang studeren naar de zomervakantie (die gepaard ging met het vertrek van mijn huisgenoot en wegvallen van sociaal leven buitenshuis, waardoor er twee lege gaten ontstonden). Bij beide veranderingen stond ik helemaal niet écht stil. Ik was vooral bezig met zo snel mogelijk verder gaan en me in het nieuwe leven storten (in het eerste geval naar colleges gaan en studeren; in het tweede getal werk plannen en van alles oppakken waar ik eindelijk tijd voor had), misschien wel iets waaraan ik gewend ben geraakt in al die jaren van kamerhoppen. Dan was het zo snel mogelijk aanpassen aan de nieuwe situatie. Veel moeite kostte dat niet als ik van m’n ouders kwam, daar veranderde immers nooit iets, maar des te meer als ik van de ene kamer gelijk door naar de ander ging. Ondertussen zat ik met m’n hoofd vaak nog in het oude, wat ik zo miste. Ik wilde dat leven gewoon terug, omarmde het nieuwe niet.
Wat ik nodig had, was ruimte. Ruimte voor reflectie en “rouw”, zodat ik het kon afsluiten. Iets wat ik ook deed vlak nadat ik ging studeren en naar Nicaragua afreisde: schrijven voor verwerking en bezinking. En ruimte om rustig uit te zoeken en te ervaren hoe ik mijn nieuwe leven kon vormgeven. Eigenlijk wat ik altijd in het klein doe, na een college of dag waarop veel is gebeurd: even bij mezelf terugkeren, de dingen als een filmrolletje in mijn hoofd afspelen, en weer verder gaan. Of nadat ik gerust/gelegen heb: even kort mediteren en stretchen, een stuk (stevig door) wandelen, en weer verder gaan. En als ik vanuit de ene omgeving (buitenland of thuisstad) de andere (thuisland of ouders) in ga: (onderweg) afscheid nemen/afsluiten, ter plekke landen/acclimatiseren, en weer verder gaan. Een soort ‘cooling down’ van het voorafgaande (verleden) en warming-up voor wat komen gaat (de toekomst), zodat ik weer hernieuwde energie heb om mijn weg en leven te vervolgen.

Labels
Eigenlijk gaat dit hele stuk over twee termen die steeds “populairder” worden: ‘burn-out’ en ‘hooggevoeligheid’. Die labels zijn er niet onterecht: ze geven vaak betekenis aan eerder onbegrijpelijk gedrag. Maar wat mensen ook moeten leren, is dat ze zelf veel aan hun levenswijze en omgeving kunnen veranderen om beter met hun struggles om te gaan. Als de problemen dan nog niet verminderen, kan een pilletje natuurlijk fijn zijn om het dragelijker te maken. Maar volgens mij, en velen met mij, worden er tegenwoordig te veel onnodige diagnoses gesteld, waardoor mensen passief gaan afwachten tot het opgelost wórdt in plaats van eerst bij zichzelf en hun omgeving te rade te gaan. Daardoor leren ze nooit zich aan te passen en duiken ze al gauw in een slachtofferrol: ‘Ja, dat komt omdat ik zo gevoelig ben.’ Of ‘Maar ik heb ADHD, dus ik kan er niks aan doen.’ Tuurlijk kan het fijn zijn te weten waar je last van hebt, dat haalt ook een last van de schouders, zorgt voor begrip en herkenning. Maar schuif niet onnodig álles erop af, neem ook zelf verantwoordelijkheid voor dingen. Naarmate je ouder wordt nemen de klachten vaak af, omdat je een manier vindt ermee om te gaan of door veranderingen in de hormoonhuishouding het makkelijker wordt ermee om te gaan. Houdt dit in je achterhoofd en vindt een weg tussen zelf er wat aan doen en hulp vragen: het moet ook niet zo zijn dat je hulp uit de weggaat, omdat je vindt dat je het hélemaal zelf moet oplossen. Alles gaat om de juiste balans!

– MIJ, zomer 2017

P.S. Blogs met praktische tips in een handig overzicht kun je ook op deze site vinden! O.a. deze: https://annamiekera2.wordpress.com/2015/09/15/12-tips-voor-de-invulling-van-een-zinvol-en-evenwichtig-leven/
P.P.S. Andere “benaderingen” die bijdragen aan beter omgang met verlies of verandering zijn: zelfcompassie (warm/begripvol/mild naar jezelf), zelfwaardering (bewust van je talenten), optimisme/dankbaarheid (waardering van het leven en de dingen die je hebt), hoop (denken in mogelijkheden voor de toekomst en ook daadwerkelijk een (haalbaar) doel nastreven), sociale steun en plezier (waar ontleen je dat aan? Stel jezelf iets groots voor om te ondernemen en iets kleins wat je direct kunt doen) (Nele Jacobs).

Hooggevoeligheid & Misofonie

In het vorige artikel schreef ik over hooggevoeligheid (in relatie tot andere stoornissen). In dit artikel komt misofonie, letterlijk ‘haat van geluid’, aan bod. Het komt vaak in combinatie met hooggevoeligheid voor, maar staat er in principe los van. Over de symptomen van deze kwaal zal ik hieronder vertellen.

Misofonie
HSP’ers hebben een extreem gevoelig sensorisch systeem. Dit houdt in dat ze zeer gevoelig zijn voor beeld (licht/beweging), geluid, smaak, tast en/of reuk. Overgevoeligheid voor geluid wordt ook wel misofonie genoemd. Geluiden komen dan zó sterk binnen, dat het een gevoel van extreme walging, woede en/of verdriet kan oproepen. Geluiden die iedereen kan horen en waarover sommigen zullen zeggen: ‘Ja, maar dat vind ik ook irritant!’ Maar wat zij, en ik, voelen, is méér dan irritatie, het is een intense woede, onmacht en frustratie, soms gepaard gaande met hartkloppingen en vreselijk veel zweet. Een dusdanige afkeer waardoor ik me sommige situaties niet meer wil begeven of ze uit de wegga, ook al vind ik ze, zonder die kut geluiden, wel fijn. Denk aan een bakje chips eten op de bank. Vroeger liep ik getergd weg of drukte ik mijn handen tegen mijn oren. Tegenwoordig sneak ik vaak de keuken in om wat chipjes voor mezelf te pakken, in de hoop dat ik niemand op het idee breng…
Pennengeklik, net zoiets verschrikkelijks. Bij elk tikje krimp ik ineen of laat ik mijn vuist gefrustreerd nog ietsjes verder ballen. Dikwijls houd ik de “dader” met een niet zo’n vriendelijke blik in de gaten (‘als blikken konden doden’…), in de hoop dat ze uit zichzelf stoppen, omdat ze zich van hun eigen gedrag bewustzijn. Vreselijk voel ik me dan. Maar vragen wil ik liever niet, in ieder geval niet meer dan een keer, want wat zullen ze wel niet denken? In feite doen ze niets verkeerd, en gaan vaak automatisch weer door…

Misokinesie
Ook bewegingen kunnen mij tot wanhoop drijven. Iemand in mijn ooghoeken telkens één nootje zien eten? Aan het haar zien friemelen? Ik word er kríégel van. Dat in combinatie met moeheid of reedse stress of overprikkeling is ónhoudbaar. Woest probeer ik dan verschillende houdingen uit, waarbij ik die doorn in mijn oog niet hoef te zien, maar meestal ben ik in zo’n positie dat het onmogelijk is. Een hand naast mijn gezicht om een deel van mijn blikveld af te schermen, moet het leed verzachten, maar zelfs in de weerspiegeling van een raam of schaduw in de muur ontwaar ik de storende beweging.
Het ergste is in het openbaar vervoer: daar kún je niet weg. Ik sta dan echt op ontploffen en het stoom komt uit mijn neusgaten. Ik heb mezelf weleens helemaal ingebouwd met sjalen, zodat ik me toch kon concentreren op waar ik mee bezig was. Natuurlijk met onthutste of geamuseerde conducteurs en mede-passagiers tot gevolg. Maar de irritatie en noodzaak het geluid of de beweging uit de weg te gaan, winnen het immer van de schaamte.
Als ik een ruimte binnenkom, is er eigenlijk altijd de spanning voor het plekje dat ik ga kiezen: waar is de minste overlast? Gaat er iemand zijn die een irritant geluid of irritante beweging zal maken? Voelt het plekje goed? Is er iets anders wat stoort? Dat weet je niet altijd en dat geeft onrust, want je kunt niet eeuwig van plekje wisselen… Soms doe ik het wel, waardoor ik niet zelden onbegrijpelijke blikken toegeworpen krijg. Het liefst wil ik blijven zitten en iemand toeroepen: ‘Wil je alsjeblieft even kappen met dat gefriemel en gedraai aan je haar?’ Maar ja, dat kan natuurlijk niet… En doe ik dus ook niet, want ik weet dat er grenzen zijn. Er zullen wel tientallen situaties in mijn leven zijn geweest, waarbij anderen me voor gek verklaarden. Het liefst wil ik uit machteloosheid heel hard schreeuwen, huilen, wegrennen… Of iemand recht in zijn gezicht meppen en zo’n zakje nootjes of pen wegsmijten. Maar ja, dat doe ik niet, want ik ben een beschaafd mens.

Omgaan met…
Het is verschrikkelijk vermoeiend om altijd maar bezig te zijn met het optimaliseren van de omstandigheden of omgeving. Zo zet ik het beeldscherm van mijn laptop en telefoon altijd op gedemd, ben ik soms een eeuwigheid bezig met het geluid op precies het juiste volume af te stellen (anders stoort het of doet het “pijn”- een beetje dwang is het ook…). Hoe meer je op die stoorfactoren gaat letten, hoe irritanter ze echter worden. Máár: hoe ontspannener en uitgeruster ik ben, hoe minder last ik er óók van heb. Het is een ‘kip-of-het-ei-verhaal’: soms ontstaat stress uit een geluid; soms ontstaat het storen aan een geluid of beweging uit stress. Een ruisje op de achtergrond tijdens het “werken” vind ik heerlijk en volledige stilte (op natuurgeluiden na) is een cadeautje voor mijn oren. Maar als er dóór zo’n ruisje muis- of toetsenbordgeklik heen dreunt, is het “genieten” voorbij en voel ik me diep ongelukkig. Zo is er nog een tal van voorbeelden te bedenken, waarbij een machteloos gevoel toeslaat en tranen of vlammetjes in mijn ogen springen…

Geluiden en bewegingen die (mij) tot wanhoop kunnen drijven

  • Hard getik op een toetsenbord (vooral de spatie) of muis
  • Eetgeluiden (en dan met name knapperige dingen als chips, appel en worteltjes)
  • Bestek klinkend tegen een bord
  • Gefrummel met plastic
  • Geklink van glas (iemand die een glaasje uitlepelt)
  • Gerammel van iets (M&M’s)
  • Gefluit
  • Voet- of pengetik/geklik
  • Hard gepraat
  • Dicht dreunen van deuren
  • Geslof op schoenen of slippers
  • Getik of gedreun met/van hakken
  • Iemand die de hele tijd aan zijn/haar haar zit
  • Iemand die de hele tijd over zijn/haar eigen of andermans arm/been zit te aaien
  • Iemand die telkens één nootje/snoepje/sushi pakt en in zijn mond stopt

Eigenlijk gaat het bij bewegingen dus om herhaling. En er zijn vast nog wel wat andere dingen te bedenken… Hopelijk komt er ooit een vervolg op dit aritkel waarin ik kan vertellen hoe er beter mee te leven valt. Voor nu: oordoppen in, verkassen of op iets anders richten, en hopen dat het gauw voorbij zal zijn!

– Mei/juni 2017

 

Hooggevoeligheid & Andere “Stoornissen”

Hooggevoeligheid. Voor veel mensen een misschien (nog) onbekend of belachelijk fenomeen. Bestaat er echt zoiets? En als het zo is, hoe serieus moeten we het nemen? Is het een roep om “aandacht” of verlichtend labeltje? Of is het écht iets om, voor jezelf en anderen, rekening mee te houden?

Maatschappij vol prikkels
De laatste decennia is er, onder andere op technologisch vlak, een hoop gebeurd en zijn er veel prikkels bijgekomen. (Technologische) ontwikkelingen volgden elkaar in een rap tempo op en de wereld werd “kleiner” (‘global village’). Vroeger was het nog normaal in een hutje “op de hei” te wonen of in een kleine gemeenschap. De enige prikkels kwamen van dieren, natuur en andere mensen, die je vaak persoonlijk kende. Tegenwoordig loop je in een gemiddelde stadsstraat langs tig (reclame)borden, razende auto’s, brommers en fietsers, knipperende lichten, mensen en schallen muziek, verkeersgeluiden en gepraat je gehoorgang binnen: het leven zit bomvol prikkels waar we voortdurend aan blootgesteld worden en die nauwelijks nog te omzeilen zijn.
Ook de overzichtelijkheid van vroeger lijkt verdwenen. Men leefde in het ritme van de natuur. Er was geen tijd, zoals wij die nu kennen, en weinig keus: de dagen waren gestructureerd. Men deed wat nodig was om in levensonderhoud te voorzien, wat vader of moeder had gedaan of logischerwijs uit het morele kompas van de zuil waartoe hij of zij behoorde volgde. Hard werken en waarschijnlijk niet makkelijk, maar wél duidelijk. 
Jongeren van nu, daarentegen, hebben oneindig veel keuzes waarbij ze weinig ondersteund worden. Soms worden de keuzes gedreven door externe factoren, zoals ouders, vrienden of geld, maar vaak genoeg worden kinderen vrij gelaten. Die vrijheid lijkt heerlijk, en is misschien een verademing bij de beklemmende “vastheid” van vroeger, maar velen lijden er ook onder: zie maar eens “de juiste” keus te maken als de opties bijna oneindig zijn… en als die al bestaat (daar gaan veel vanuit, want als er zoveel te kiezen valt, moet er wel een perfecte keuze zijn). Stress en druk gaan hier vaak mee gepaard: de enige verantwoordelijke voor de keuze, menen we, ben jij, dus de enige die verantwoordelijk voor het mislukken ervan is, ben jij ook.
Als gevolg van globaliseringsprocessen is er tevens een hoop extra informatie en kennis ter beschikking gekomen, waardoor mensen bijna gedwongen worden niet meer in hun “cocon” te blijven. Dit kan helpen de blik te verruimen en meer begrip voor een ander op te brengen, maar leidt vaak ook tot veel confrontatie (op social media) en het ontstaan van verschillende kampen, wat de afstand tot elkaar misschien alleen maar groter maakt. Media als Facebook dragen namelijk tegelijkertijd bij aan die cocon, waarin, door algoritmen, vooral informatie gedeeld wordt die bij jou past. Door al die informatie kan bovendien een gevoel van machteloosheid ontstaan: het besef dat we zo klein zijn en weinig invloed hebben op een wereld waar zoveel gebeurd, alles ver weg is, maar toch dichtbij, maakt dat óns leven onveilig en chaotisch voelt. Desondanks kunnen we niet om de veelheid die op ons afkomt heen. Dit maakt het leven onveilig en chaotisch.

Prikkelverwerking
De een heeft minder moeite met het verwerken van al die prikkels en gevoel van overal iets mee moeten (verantwoordelijkheid) dan de ander: waar bij veel mensen de meeste prikkels door een filter gaan, komen ze bij sommigen dírect binnen en worden ook anders geïnterpreteerd. Het is daarom niet verwonderlijk om op een gegeven moment een “vol” gevoel te ervaren en niet te weten hoe hiermee om te gaan. Daarbij zijn mensen steeds gejaagder gaan leven en stoppen vrijwel ieder uur vol met (sociale) bezigheden, waardoor ouders bijvoorbeeld minder tijd en aandacht hebben voor hun kinderen, maar kinderen ook zelf van hot naar her vliegen.
Ouders vinden het belangrijk hen (offline) te beschermen en een succesvolle, gelukkige toekomst tegemoet te laten zien, maar échte aandacht en tijd voor de behoeften van het kind (niet op een verwende manier) is er weinig. In plaats daarvan wordt het steeds vaker voor de tv of achter de tablet geplant. Dit kán leiden tot sociale verwaarlozing, wat bijdraagt aan stoornissen als ADHD. In plaats van de oorzaken bij zichzelf te zoeken, kloppen ouders aan bij de huisarts voor een pilletje. Ze zien de problemen het liefst zo snel mogelijk opgelost, wat tegenwoordig meestal kan (we zijn immers welvarender en kennisrijker dan ooit). Op die manier kunnen ze weer verder met behoeftes bevredigen, conformeren en pleasen. Maar aan de kern van het probleem wordt zo niet gewerkt. Het pilletje is een pleister op de wond die verder bloedt en waar het kind niet mee zal leren dealen als hij louter hulp aangereikt krijgt.
Een logisch gevolg van al deze factoren is een toename van het aantal stoornissen dat, onder andere, aan prikkelverwerking gerelateerd is (en dat zijn er meer dan veel misschien denken). Het aantal kinderen met een “label” is door de snel veranderende en prikkelvolle samenleving explosief gestegen. Maar tussen die labels is heel veel overlap.

Veel vrijheid tegelijkertijd veel druk, maar ook niet echt meegekregen ergens voor te strijden/moeite te doen

Overeenkomsten stoornissen
Enkele voorbeelden zijn ADHD, ADD, autisme en hooggevoeligheid. Allemaal hebben ze eigenlijk te maken met het vermogen om interne en externe prikkels te verwerken, alleen wordt dat op een andere manier gedaan. Eigenlijk vind ik ‘stoornis’ en kut woord, dus vanaf nu noem ik het ‘deviatie’ (totdat ik een beter woord heb gevonden). Wat opvalt, is dat mensen met deze deviaties vaak gelijke eigenschappen hebben. Zo zijn ze over het algemeen creatief, energiek (of juist compleet uitgeput), gauw afgeleid (of juist in hyperfocus), piekeraars, fantasierijk en visueel ingesteld. Hebben ze een goed/scherp/bijzonder gevoel voor humor, veel gedachten, moeite met op tijd komen en ontspannen, last van stemmingswisselingen, de neiging zich terug te trekken, nemen ze dingen erg serieus en kunnen volledig ergens in opgaan (‘hyperfocus’). Ook zijn deze mensen over het algemeen slimmer dan gemiddeld (bij autisme in de vorm van asperger) en hebben ze vaker te maken met pesterijen of afkeuring, omdat men hen niet begrijpt. Doordat deze deviaties zoveel overlap hebben, is het doorgaans lastig om de juiste diagnose te stellen. Soms is één diagnose niet toereikend, vanwege een combinatie van factoren waar iemand last van heeft. Gelukkig zijn er enkele algemene “oplossingen” waar ieder baat bij kan hebben. Als één deviatie eruit springt, is het echter wel van belang dat er de juiste en gespecialiseerde hulp gegeven wordt.

Verschil HSP en Autisme
Bij autisme en hooggevoeligheid komt de sensitiviteit verschillend tot uiting: HSP’ers (hoog sensitieve personen) zijn uitermate empathisch en invoelend, terwijl autisten dit júist moeilijk vinden. Persoonlijk denk ik (en dat zal vast ook onderzocht zijn) dat autisten nóg gevoeliger zijn dan HSP’ers. Door hun extreme gevoeligheid en onvermogen om hier goed mee te dealen, hebben ze waarschijnlijk een soort aangeboren beschermlaag/muur om zich heen, waardoor ze naar binnen gekeerd zijn en niet goed weten hoe een ander werkt/wat er in andermans hoofd omgaat. Eigenlijk een uit de hand gelopen gevoeligheid, waardoor ze niet meer in staat zijn adequaat te reageren en kil/bot kunnen overkomen, omdat er anders kortsluiting ontstaat.
Hoogbegaafden kunnen zich ook op deze manier gedragen, alleen kiezen zij er dan meestal zelf voor zich niet open te stellen, omdat ze bang zijn anders afgekeurd te worden of de voorkeur geven zich op cognitief vlak te ontwikkelen (Psychologisch Bureau Idee). Bij autisten ligt dit anders. Hen kost het vaak zó veel moeite om andermans en hun eigen gevoelens te begrijpen, dat ze dáár overpikkeld en vermoeid van raken. Ze moeten namelijk hun verstand gebruiken om zich toch enigszins “normaal” (naar de norm) te gedragen. Daarnaast komen alle prikkels bij hun in een bak binnen en is het moeilijk voor ze hier onderscheid tussen te maken (Autsider.net). HSP’ers raken juist overprikkeld en vermoeid door hun vermogen anderen extreem góéd aan te voelen, alles als een spons in zich op te nemen en ieder detail te zien. Beide willen het graag goed doen in contact met anderen.

autisme: afgeleid geluiden, overweldigd andere zintuigelijke prikkelijken, begrijpt niet wat verwacht, probeert aa nte passen, lastig gevoelens ander omgaa nen eigen gevoelens benoemen. Graag alleen, veilige gestructureerde en vertrouwde omgeving. // HSP: voelt feilloos wat voor sfeer er hangt, voelt zonder dat ander wat zegt hoe die zicht voelt, voelen zich erg verantwoordlijk en nemen vaak gevoel over. Eigen emoties intens beleefd, afgeleid door gevoel bijvoorbeeld honger. Ook afleiding overweldiging zintuigen. Nemen alle subtiele singale op, die anderen niet eenso pmerken. Niet veel veranderingen of dukr op hen uitgeoefend. rust en regelmaat. // Niet tegen gestoord of veel dingen teegleijk verlangd, vooral onder tijdsdruk of op vingers gekeken. Houde nvan diepgang, piekeren, creatief/speicifieke interesse, veel tijd zichzelf nodig, rust vertrouwen. // HSP merkt nuances op, doorzien mensen, inlevingsvermogen; autisme niets non verbaal, alles letterlijk, vee lbezig zichzelf redden in sociale sitautie ipv emoties anderen. Voelt extreem goed aan en neemt over; autisme onvermoegen aanvoelen, waardoor alles beredeneren hoe best reageren. HSP: spons opzuigen; autisme komt allee in een bakweetn iet wat belangirjk en wat onbelangrijk.

https://hoogsensitief.nl/autistisch-of-hoogsensitief/
https://mandyverleijsdonk.wordpress.com/2017/11/26/wat-is-het-verschil-tussen-hsp-en-ass/

Verschil HSP en ADHD/ADD
Tussen ADHD en hooggevoeligheid is het grote verschil wederom de uiting van omgang met prikkels. ADHD’ers zijn typische ‘eerst doen, dan denken’-ers, terwijl hooggevoeligen júist enorme denkers zijn en erg voorzichtig. Iemand met ADHD heeft moeite met details en ontspannen, wil alles tegelijk, hopt van de ene naar de andere activiteit en praat veel, terwijl HSP’ers of mensen met ADD een sterk oog voor detail (en schoonheid van kleine dingen als beestjes en bloemen) hebben en een rijke innerlijke beleefwereld die zich eerder uit in dromerigheid, dan in onbeweegelijkheid of veel praten. Zij komen dan ook tot rust in rustige en stille omgeving, terwijl iemand met ADHD eeuwige onrust in zich heeft. Verder heeft een ADD’er het nodig gemotiveerd te worden, ze vinden het, net als ADHD’ers, moeilijk hun aandacht bij oninteressante zaken te houden. Ook autisten kunnen hier last van hebben.
Kort gezegd kan gesteld worden, dat ADHD’ers hyperactief en impulsief worden van veel prikkels. Dit uiten ze naar buiten. Ze zijn rusteloos en kunnen moeilijk de focus vinden. ADD’ers trekken zich terug. Ze zijn afwezig, onoplettend en vergeetachtig, en dromen vaak. Bij autisten kenmerkt hun onvermogen om goed met prikkels om te gaan. Ze vinden het lastig op sociaal vlak, zijn vaak erg in zichzelf gekeerd en kunnen zich helemaal verliezen in een bezigheid. Bij HSP’ers staan de zintuigen wijd open. Elk detail, iedere lichaamhouding, emotie, een geluid, fel licht… Alles komt bij hen binnen. Ze zijn een spons van hun omgeving. En daardoor vaak uitgeput en emotioneel.

Specifiek voor Hooggevoeligheid
Verder is het kenmerkend voor hooggevoeligen dat ze heel erg met anderen bezig zijn. Ze willen graag leuk gevonden worden en goed voor anderen zorgen. Mensen met autisme, hoogbegaafdheid, ADHD en ADD kunnen dit ook hebben, maar zijn over het algemeen toch wat meer met zichzelf bezig. Een HSP’er kan makkelijk leeglopen op zijn of haar omgeving. Gesprekken, en conclusies daarover, blijven bijvoorbeeld door het hoofd spoken en ze blijven lang in situaties hangen, terwijl een ander die allang vergeten is. Van een bepaalde “bijklank”(bijvoorbeeld streng, boos of geïrriteerd) raakt hij of zij snel overstuur of schrikt ervan. Dit kan ervoor zorgen dat ze erg gaan pleasen, aan zichzelf twijfelen, zich snel gekwetst voelen of tussen mensen gaan bemiddelen, omdat ze iedereen te vriend willen houden en de harmonie willen bewaren.
Daarnaast hebben hooggevoeligen het vaak nodig bij te komen van drukte (voor de een is dit het lopen in een winkelstraat; voor de ander aanwezig zijn op een groot festival; voor sommigen is dit überhaupt te veel) en zich terug te trekken om dingen te verwerken. Alles komt zo intens binnen (emoties, zintuigelijke prikkelingen (fel licht, harde geluiden, intense geuren, smaken…) en hun eigen innerlijke leven), dat het gauw overstroomt als ze niet meermaals per dag even de tijd nemen om hun “accu” op te laden door te reflecteren en in stilte te zijn. Dit is ook de reden dat veel HSP’ers vroeg of laat tegen een burn-out aanlopen, omdat ze hun eigen grenzen niet (willen) kennen. Ze nemen te weinig tijd voor zichzelf en zeggen op te veel dingen ‘ja’, omdat ze het graag goed (voor anderen) willen doen.
Als gevolg van al die prikkels zijn ze gauw uit balans, overspannen, vermoeid en emotioneel. Dit kan leiden tot concentratieverlies, irritatie en “dramatiek”. Veel HSP’ers hebben ook last van stemmingswisselingen, omdat ze emoties van anderen overnemen of hun eigen emoties heel sterk ervaren. Daarnaast pikken ze zó veel op, dat ze moeite kunnen hebben een verhaal of uitleg snel te volgen of te multitasken, waardoor ze niet gelijk een respons kunnen geven. Pas als er tijd is voor reflectie en focus komt hun intelligentie tot uiting. HSP’ers hebben, door de hoeveel informatie die ze in zich opnemen, echter vaak ook een beter geheugen en zijn goed in verbanden leggen.
Ten slotte hebben mensen met hooggevoeligheid een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en hun intuïtie. HSP’ers kunnen net als autisten kil overkomen, maar dat is dan meestal het geval omdat ze zich afgesloten hebben voor anderen ter zelfbescherming.

TOEVOEGEN: niet op vingers kijken, Open, puur

Hooggevoelig en Wilskrachtig (‘High Sensation Seeker’)
Er is nog een ander type hooggevoeligheid: extraverte hooggevoeligheid, of ‘High Sensation Seeker‘. Een ‘high sensation seeker’ heeft dezelfde kenmerken als een HSP’er (is gevoelig voor sfeer, intonatie, emotie (en weet daardoor niet altijd weet wat van zichzelf is en wat van een ander), inlevend, angstig/voorzichtig, een twijfelaar, piekeraar, gauw moe/uitgeblust, teruggetrokken/op de achtergrond en onzeker), maar óók een ongelofelijke rebel die alles zelf wil bepalen, erg aanwezig is, enthousiast, energiek, nieuwsgierig, op zoek naar spanning, avontuur en grenzen, ondernemend, ongeduldig, snel verveeld, strijdlustig, dwars (als ergens geen plezier aan heeft of niet goed gaat), driftig, wilskrachtig, eigenwijs/eigenzinnig, verbaal sterk, een doorzetter, druktemaker en iemand die goed weet wat die (niet) wil. Zoals je kunt zien, lopen de karaktertrekken van iemand met dit soort gevoeligheid enorm uiteen: de eerste staan haaks op de tweede en dat maakt het ontzettend verwarrend voor iemand om zichzelf, of voor een ander om diegene, te begrijpen en leidt vaak ook, nog sterker dan bij een ‘gewone’ HSP’er, tot flinke stemmingswisselingen.
Ikzelf herken me hier ontzettend in en dat doet iets, want waar ik het ene moment nog zo zacht, lief, kwetsbaar, empathisch en op mezelf kan zijn, ben ik het andere moment hard, fel, druk, direct en aanwezig, en die twee kanten zijn soms lastig te verenigen. Het heeft ook iets moois, vind ik. Dat ik het ene moment omringd door mensen en drukte ben, druk dansend op reggaetonmuziek en daar zó van kan genieten, en het andere moment rustig voor me uit zit te staren over het water. Voor anderen lijkt het soms een persoonswisseling, terwijl het voor mij prima werkt, míts ik tijdig aanvoel wat ik nodig heb.

Ik weet nog van de middelbare school, mijn pubertijd, hoe ik constant een smoes zocht om met een vriendin de klas uit te sneaken, op de gang liep te schreeuwen en herrie te trappen, vaak op het matje werd geroepen bij de conciërge of de klas uitgestuurd, omdat ik te brutaal of veel aan het tetteren was, en ik niets aannam wat mijn ouders zeiden: ‘Hoezo hadden zij iets over mij te zeggen? We zijn toch gelijk!’ Na een conflict keerde ik ze óf de rug toe of ik zocht toch weer gauw toenadering, omdat ik niet tegen de strijd kon die ik zelf opzocht. Ik was bang voor de spanning en had bevestiging nodig dat het weer goed zat tussen ons. Ik was vrij veel op mezelf en hield niet erg van logeerpartijtjes of mijn vakanties volproppen. Maar er is ook een zomer geweest dat ik met anderen op het strand te vinden geweest, of op de Friese meren aan het varen. En ik moet zeggen: dat was de meest, langdurige, fantastische tijd van mijn leven. Uitbundigheid en omringd zijn door mensen voedt me ook. Evenals die zomer dat ik in een druk studentenhuis met 14 anderen woonde (waar ik wel een hele zolderkamer voor mezelf had: heel fijn!), er altijd wel iemand thuis was om te chillen en ik met de UIT vier nachten achter elkaar naast ons huis uitging: fántastisch. ’s Ochtends lekker de krant lezen in de hangmat in de tuin (waar vaak niemand was), overdag dansen, zingen en tekenen op mijn kamer, door het park lopen en sporten. Dat was mogelijk, omdat beide opties in handbereik waren, en dat was fijn: het gevoel van keuze. Ik voel nu haarfijn aan wanneer het genoeg is en ik op mezelf wil zijn. Wanneer ik rust nodig heb. En dat is steeds sneller en vaker. Maar hoe beter ik daarnaar luister, hoe eerder ik ook weer het gezelschap aankan.

– MIJ, eerste helft 2017

Dit artikel is geschreven op basis van eigen ervaring, ooit gelezen artikelen, genoemde bronnen en sites:
http://www.hoogbegaafd-idee.nl/hoogbegaafd/hb-aanverwant.html
http://gevoeligheidgrootbrengen.nl/welk-gedrag-kenmerkend-hooggevoelig-strong-willed-kind/

20181121_115528.jpg

 

Het Studentenleven, Het Weekend

Geen stress, druk, drang
Donderdag was het zo ver: na een half dagje met een vermoeid hoofd en lijf doorbeunen in college, de kantine en een koffietentje zat het erop: deadline voorbij! Een last viel van mijn schouders en een gevoel van opluchting en gelukzaligheid stroomde door mijn lijf. Al duurde het maar even… Allereerst haalde de moeheid de vreugde weg en vervolgens namen de kopzorgen over huisgenoten het over. Na even flink hard skeeleren en fietsen, mezelf loslaten op een imaginaire boksbal en vervolgens tot bezinning komen met affirmaties en inzichten op papier lukte het me echter toch een goed nachtje te pakken.
Dat brengt me de volgende dag, na wat uitzoekwerk en rijles, wroetend in mijn kastjes en toilettas om mijn spullen voor een weekend weg bij elkaar te sprokkelen. Ik heb geen idee wat ik precies nodig heb, en internet doet het niet, dus de online paklijst openen, kan ik wel vergeten. Maar het doet er ineens niet toe. Ik voel geen stress, geen druk, geen drang. Waar ik normaal al weken van te voren weet wat ik zo’n weekend aan wil trekken, pak ik nu gewoon wat voor handen ligt en bijna aan een was toe is. Hetzelfde geldt voor mijn beddengoed: de zooi die ik in de wasmand wilde kieperen, gaat gewoon mee: ik zal daar toch met naar bier en rook stinkende kleding en haren m’n bed in kruipen.

Niets te verliezen
Dus, daar zat ik dan, 15 minuten later op m’n fietsje richting het centrum: nog even een chocomelletje bij m’n favoriete koffietentje voor vertrek. Daar kom ik er, middels werkend internet, al gauw achter dat ik mijn handdoek, zonnebrand, scheermesje en “shampoo” (olijfzeep) ben vergeten. Best handig, voor het zonnige weekend dat te wachten staat, maar geen ramp: ik kan de boel vast lenen. Na twintig minuutjes chillen, hop ik naar de Plus voor een postzegel. Eenmaal daar besluit ik, met m’n domme kop, ook maar gelijk wijn te kopen voor het huisfeestje van straks: heb ik dat gehad. Ergens weet ik wel dat ik dat beter daar kan doen: ik heb nog elf minuten, en wil ik een beetje rustig aankomen op station, heb ik die wel nodig. Toch sprint ik de supermarkt door voor een goedkope en zuipbare wijn, om vervolgens tegen een rij bij de post aan te lopen. Of rij… er staat slechts één iemand voor mij, maar de afhandeling daarvan verloopt niet zo soepeltjes én de postzak zit vol, dus die moet eerst vervangen worden. Mijn natuurlijke reactie is stress en irritatie: ‘Schiet op, help mij, ik heb haast!!’ Maar tegelijkertijd voel ik rust: ik wil die trein wel halen, maar wat heb ik ook te verliezen? De deadlines zitten erop: ik ben vrij.
Na die brief race ik op mijn fiets naar het station om een poging in de vijf resterende minuten te wagen. Als een malle parkeer ik mijn rijtuig en ren naar het spoor. Daar zie ik, nét, mijn trein wegrijden: Dikke. Vette. Pech. Ach ja, voor een keer ben ik de rust zelve. Geen tikkende klok. Behalve dat ik de vriendin van het feestje bijna nooit zie, facking 2.5 uur van deur tot deur moet reizen en uiterlijk kwart voor 1 de bus terug moet hebben naar mijn slaapplek, maakt het niet zoveel uit dat ik een half uur te laat kom.

Rust en vrede
Twee uur “dutten” (oortjes in en mezelf een zo comfortabel mogelijke positie aanmeten in het tweezitje dat ik tot mijn beschikking heb) later kom ik aan in Grun en gooi ik flink de tred erin om gauw mijn spullen bij mijn slaapadresje te droppen, de sleutel in ontvangst te nemen en een blik op mijn gezicht te werpen. Tien minuten later sta ik voor het huis van haar. Een oase van rust daar. Ik plof neer voor een boom en tuur uit over het water: wat is het mooi hier… Dan bel ik aan: het feest kan beginnen! Verwelkomd met een of ander roze shotje, sluit ik me aan bij het, deels bekende, gezelschap in de keuken. Het is een prima avond. Niets spectaculairs, wel gezellig. Aan dansjes wagen mensen zich niet, totdat ik een lekker nummertje inzet en mensen mee de woonkamer intrek. Dan wordt er eindelijk wat ingetogen gedanst: het feestje komt “op gang”. ‘Voor zulk soort muziek moet ik eerst dronken zijn,’ hoor ik iemand zeggen. Waar gaat het heen met de … Dat kan toch ook gewoon als je nuchter bent?! Ik in elk geval wel… Ach ja, het is kwart voor één. Een knuffel en een kus en ik ren naar mijn bus, die ik op ’t nippertje haal: Lucky Basterd.

Een chill weekend
De volgende morgen word ik uit een coma wakker… Nee, grapje. Na een uur of vijf geslapen te hebben, is het even een douchje pakken, beetje yoga’en en tijd voor vertrek. Ik bedank mijn gastvrouwen en wandel, voor een keer, naar de trein.
Heen lift ik, samen met “iemand”, vanaf Breda, terug zit ik in een cabrio: hoe chill. Ik zal niet overdrijven en zeggen dat ik íntens van het weekend genoten heb, dat lukte op een of andere manier niet, door moeheid, een knagend gemis of verlangen…? Ik weet het niet. Maakt ook niet uit, want het was alsnog chill. Een weekend waarin ik deed wat nodig was: niet veel meer, niet minder. Precies genoeg. Het maakte me voor een keer niet heel erg uit hoe ik eruit zag. Ja, die dikke buik was minder, en een make-upje blijft me beter staan. Maar geen man over boord: er was niemand op wie ik indruk wilde maken.
Er was eens geen planning. Het weekend stond slechts in het teken van het huisfeest en Allejaarsweekend en thuis wachtte er (bijna) niets op me. Niets wat dat weekend per se moest gebeuren of een hele klus zou zijn. Het belangrijke was gedaan en af, dus ik kon met een gerust hart vertrekken. Het allerfijnst was, denk ik, mijn gemoedsrust en een soort van ‘vrede’ of ‘acceptatie’. Het was niet wauw, ik was niet top fit, ik had geen mensen met wie ik kon knuffelen zoals zij met elkaar, maar ik voelde me goed. Ik deed mee, had mensen om mee te kletsen, voelde me nauwelijks ongemakkelijk, heb me teruggetrokken wanneer ik wilde, en dat kón daar, maar sloot me ook bij mensen aan. Werd gewaardeerd om mijn muziek, wat ik eindelijk met mensen kon delen en tsja, wás gewoon. Voor een keer maakte ik me niet extreem zorgen over het slapen… Het liep gewoon, zonder dat ik overal over na moest denken. En dat was fijn. Geen constante zorgen, stress, gejaagdheid, gedachten, extreem bewustzijn, analyses, moeheid… Even rust aan m’n kop.

Niet deelbaar
Wat zou ik het graag overdoen met chille mensen deze zomer. Samen liften of met een eigen auto of camper door Europa touren. Een relaxte vibe. Op een grasveld met z’n allen. Ongedwongen. Niets moet. Alles mag. Kan. Ruimte voor iedereen. Alleen, en toch omringd. Net zoals afgelopen zomer. Wat wil ik dat graag terug. Misschien was dat waar het knaagde: het besef dat ik dit met niemand “zomaar” over zou kunnen doen. Want zodra ik thuiskom, overvalt een gevoel van somberte en saaite me en besef ik hoe voedend dat sociale aspect was. Hier geen gezelligheid, mensen om mijn verhaal mee te delen, bij op de bank te ploffen en me terug te trekken op een heerlijke kamer wanneer ik dat zat ben, zoals bij Lucasbol. Daar werd ik op een of andere manier uit mijn “comfortzone” getrokken. Ook als ik geneigd was me krampachtig aan mijn planning vast te houden, nodigde de gezelligheid me soms toch uit. En nee, het was geen paradijs daar. Soms wilde ik weg uit die drukte, dat oppervlakkige en maakte het me gek dat ik zoveel met m’n uiterlijk bezig was. Maar die struggles zullen altijd en overal blijven en het positieve had de overhand. Zodra ik hier beland, voelt het rustig en verlaten en keren de zorgen terug. Een leegte, die even opgevuld wordt door mijn eigen heerlijke muziek en fijn is om na een intens weekend even in terug te trekken achter m’n laptop voor de orde van de dag en schrijven of muziek, maar al gauw weer terugkeert, omdat ik het met niemand kan delen… 

– MIJ, 18 juni 2017

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag